Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser], eiserV-nummer: [V-nummer](gemachtigde: mr. R.W. Koevoets),
de minister van Asiel en Migratie,
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eiser, van Marokkaanse nationaliteit en zonder geldige documenten, is op 26 oktober 2025 vreemdelingenrechtelijk opgehouden en in bewaring gesteld op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000. De maatregel is genomen vanwege het niet kunnen vaststellen van zijn identiteit en het risico dat eiser zich aan toezicht zou onttrekken.
Tijdens de zitting op 5 november 2025 heeft de rechtbank vastgesteld dat eiser de zware en lichte gronden voor bewaring niet heeft betwist. Deze gronden zijn feitelijk juist en voldoende gemotiveerd, waaronder het niet naleven van vreemdelingenverplichtingen, het ontbreken van een vaste verblijfplaats en onvoldoende middelen van bestaan.
De rechtbank oordeelt dat de maatregel van bewaring noodzakelijk en rechtmatig is met het oog op het vaststellen van identiteit en het verkrijgen van gegevens voor de asielprocedure. Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen. Eiser krijgt ook geen vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.