ECLI:NL:RBDHA:2025:21294

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
10 november 2025
Publicatiedatum
12 november 2025
Zaaknummer
NL25.24370
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:75 AwbArt. 8:75a AwbBesluit proceskosten bestuursrecht
Verwijzingen
5 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Proceskostenvergoeding na intrekking beroep wegens niet tijdig beslissen asielaanvraag

Verzoeker heeft op 30 mei 2025 beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op zijn asielaanvraag van 29 november 2022. Vervolgens heeft verweerder op 16 oktober 2025 alsnog een besluit genomen en de asielaanvraag afgewezen. Verzoeker stelde daartegen afzonderlijk beroep in, maar trok dit beroep in en verzocht om vergoeding van de proceskosten.

De rechtbank oordeelt dat verweerder door het alsnog beslissen binnen de procedure geheel aan het beroep van verzoeker is tegemoetgekomen. Op grond van artikel 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht kan de rechtbank bij intrekking van het beroep de proceskosten aan de verzoeker toewijzen.

De rechtbank stelt de proceskosten vast op €453,50, berekend op basis van een puntensysteem met een wegingsfactor van 0,5 vanwege de lichte aard van het beroep, dat uitsluitend ziet op het niet tijdig beslissen. De rechtbank veroordeelt verweerder tot betaling van dit bedrag aan verzoeker.

Uitkomst: Verweerder wordt veroordeeld tot betaling van €453,50 aan proceskosten aan verzoeker.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.24370

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[verzoeker], verzoeker

V-nummer: [V-nummer]
(gemachtigde: mr. M. Pals),
en

de minister van Asiel en Migratie, verweerder.

Procesverloop

Verzoeker heeft op 30 mei 2025 beroep ingesteld tegen het niet-tijdig beslissen op zijn asielaanvraag van 29 november 2022.
Bij besluit van 16 oktober 2025 heeft verweerder de asielaanvraag van verzoeker afgewezen. Verzoeker heeft daartegen afzonderlijk beroep ingesteld.
Verzoeker heeft het beroep ingetrokken en daarbij verzocht om verweerder te veroordelen tot vergoeding van de proceskosten.
De rechtbank doet op grond van artikel 8:54, eerste lid, van de Awb [1] uitspraak zonder zitting.

Overwegingen

1. De veroordeling van een partij in de proceskosten is geregeld in de artikelen 8:75 en 8:75a van de Awb en nader uitgewerkt in het Bpb. [2] Als een beroep wordt ingetrokken, omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoet gekomen, kan de rechtbank op verzoek van de indiener dat bestuursorgaan bij afzonderlijke uitspraak veroordelen in de proceskosten. Dit is geregeld in artikel 8:75a van de Awb
2. Nu verweerder niet binnen de hiervoor geldende termijn op de asielaanvraag van verzoeker heeft besloten en op deze aanvraag hangende een beroep tegen het niet tijdig beslissen heeft beslist, is verweerder geheel aan het beroep van verzoeker tegemoetgekomen.
3. Het verzoek wordt als kennelijk gegrond toegewezen. De rechtbank veroordeelt verweerder in de door verzoeker gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Bpb voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 453,50 (1 punt voor het indienen van het beroepschrift met een waarde per punt van € 907 met een wegingsfactor 0,5). De rechtbank is van oordeel dat de wegingsfactor ‘licht’ van toepassing is aangezien het beroep alleen ziet op het niet tijdig nemen van een besluit.

Beslissing

De rechtbank:
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van verzoeker tot een bedrag van
€ 453,50 (vierhonderddrieënvijftig euro en vijftig cent).
Deze uitspraak is gedaan op 10 november 2025 door mr. K.M. de Jager, rechter, in aanwezigheid van mr. S.D.C.J. Verheezen, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Informatie over verzet
Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.

Voetnoten

1.Algemene wet bestuursrecht.
2.Besluit proceskosten bestuursrecht.