ECLI:NL:RBDHA:2025:21241

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
11 november 2025
Publicatiedatum
12 november 2025
Zaaknummer
NL25.37256
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2:15 AwbArt. 6:2 AwbArt. 6:12 AwbArt. 42 Vreemdelingenwet 2000
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep niet-ontvankelijk wegens ongeldige ingebrekestelling bij asielaanvraag

Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen van de minister op zijn asielaanvraag van 2 augustus 2024. De minister heeft het beroep bestreden met het verweer dat de ingebrekestelling, een vereiste stap voorafgaand aan het beroep, niet geldig was ingediend.

De rechtbank heeft beoordeeld of de ingebrekestelling rechtsgeldig was. De minister stelde dat de ingebrekestelling alleen via een specifieke veilige mailprocedure op ind.nl, gericht aan ingebrekestelling@ind.nl, kon worden ingediend. Eiser had de ingebrekestelling echter via een ander mailadres verzonden. Hoewel de minister de ontvangst had bevestigd, voldeed de indiening niet aan de gestelde voorwaarden.

De rechtbank concludeert dat de ingebrekestelling niet geldig is omdat niet via de voorgeschreven veilige mailmodule is ingediend. Hierdoor is het beroep niet-ontvankelijk verklaard. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden. De uitspraak is gedaan door rechter Derksen op 11 november 2025.

Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens een ongeldige ingebrekestelling.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Arnhem
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.37256

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 11 november 2025 in de zaak tussen

[eiser], v-nummer [nummer], eiser

(gemachtigde: mr. K. Yousef),
en

de minister van Asiel en Migratie

(gemachtigde: mr. I. van Es).

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep dat eiser heeft ingesteld, omdat de minister volgens hem niet op tijd heeft beslist op de asielaanvraag van 2 augustus 2024. De minister heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
1.1.
De rechtbank heeft het beroep op 22 oktober 2025 op zitting behandeld. Hieraan heeft deelgenomen: de gemachtigde van de minister. Eiser en zijn gemachtigde hebben zich voorafgaand aan de zitting afgemeld.

Beoordeling door de rechtbank

2. Als een bestuursorgaan niet op tijd op een aanvraag beslist, kan de betrokkene daartegen in beroep gaan. Voordat hij beroep kan instellen, moet de betrokkene schriftelijk aan het bestuursorgaan laten weten dat binnen twee weken alsnog moet worden beslist op zijn aanvraag (de zogenoemde ingebrekestelling). Als er na twee weken nog steeds geen besluit is genomen, dan kan de betrokkene beroep instellen. [1]
3. De rechtbank beoordeelt daarom in deze uitspraak of het beroep ontvankelijk en gegrond is. Daarbij speelt met name de vraag of sprake is van een geldige ingebrekestelling.
Is het beroep ontvankelijk en gegrond?
4. De aanvraag is in ontvangst genomen op 2 augustus 2024. De minister moet uiterlijk binnen zes maanden na ontvangst van de aanvraag beslissen. [2] Dit betekent dat de beslistermijn is geëindigd op 2 februari 2025. De ingebrekestelling is daarna ingediend.

Is er een geldige ingebrekestelling ingediend?

4.1.
De minister stelt zich op het standpunt dat het beroep niet-ontvankelijk is, omdat de ingebrekestelling niet geldig is. De ingebrekestelling is langs elektronische weg, via ‘veilig mailen’, naar uw.stukken.opsturen@ind.nl verstuurd. Volgens de minister was dit niet de juiste wijze voor het indienen van een ingebrekestelling en mocht deze enkel naar ingebrekestelling@ind.nl verstuurd worden.
4.1.1.
Eiser betoogt dat de ingebrekestelling geldig is, omdat deze via ‘veilig mailen’ is verstuurd en door de minister is ontvangen en bevestigd.
4.1.2.
De minister mag, gelet op artikel 2:15, eerste lid, tweede zin, van de Algemene wet bestuursrecht nadere eisen stellen aan het gebruik van de elektronische weg. [3] Dat heeft de minister gedaan. De minister heeft als voorwaarde gesteld dat de ingebrekestelling via ‘veilig mailen’ op ind.nl moet worden ingediend. Op ind.nl is er een pagina ten behoeve van veilig mailen ingericht. [4] Op deze pagina kan de indiener kiezen voor het indienen van een ingebrekestelling. Bij die keuze volgt een verwijzing naar een andere pagina. [5] Vanaf die pagina kan de indiener de module ‘veilig mailen’ starten. Als die module wordt gevolgd wordt de ingebrekestelling verzonden naar het emailadres ingebrekestelling@ind.nl. Daarmee heeft de minister deze weg als enig juiste weg ingericht.
4.1.3.
Daaraan doet niet af dat de minister de ontvangst heeft bevestigd. In die ontvangstbevestiging staat namelijk dat een ingebrekestelling moet worden ingediend per post of via ‘veilig mailen’ op ind.nl. Verder staat daarin dat als de indiener dit via een andere weg heeft gedaan, deze dan niet geldig is en dat de IND de ingebrekestelling dan niet in behandeling neemt. Hieruit volgt dus dat een elektronisch ingediende ingebrekestelling ongeldig is als deze niet via ‘veilig mailen’ op ind.nl was ingediend. In dit geval is geen gebruik gemaakt van ‘veilig mailen’ op ind.nl.
4.1.4.
Uit het voorgaande volgt dat er geen sprake is van een geldige ingebrekestelling.

Conclusie en gevolgen

5. Het beroep is niet-ontvankelijk. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. W.P.C.G. Derksen, rechter, in aanwezigheid van
J.E. Heuven, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen vier weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Voetnoten

1.Dit volgt uit de artikelen 6:2 en 6:12 van de Awb.
2.Dit staat in artikel 42, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000. Vanaf 16 juni 2025 is de categoriale verlenging van de beslistermijn van alle zaken vanaf 1 januari 2024 ingetrokken. Dit betreft alle zaken die zijn verlengd op basis van WBV 2023/26 en WBV 2025/4. Voor deze zaken geldt dus de standaard beslistermijn van zes maanden. Dit volgt uit Informatiebericht 2025/28.
3.28 483, nr. 3, p. 13.
4.https://ind.nl/nl/na-uw-aanvraag/uw-stukken-opsturen.
5.https://ind.nl/nl/service-en-contact/contact-met-ind/de-ind-is-te-laat-met-beslissen.