Verzoeker, van Moldavische nationaliteit, kreeg op 29 december 2024 een terugkeerbesluit en een inreisverbod van een jaar opgelegd met een vertrektermijn van vier weken. Hiertegen stelde hij beroep in en verzocht tevens om een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter behandelde het verzoek samen met een gerelateerd beroep op 7 augustus 2025.
De rechtbank heeft bij uitspraak in zaak NL25.835 het beroep gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd, maar de rechtsgevolgen van het besluit in stand gelaten. Hierdoor achtte de voorzieningenrechter een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk en wees het verzoek af.
Wel veroordeelde de voorzieningenrechter de minister tot vergoeding van de proceskosten van verzoeker, vastgesteld op € 907,-, vanwege het indienen van het verzoekschrift. De uitspraak is gedaan door rechter S.G.M. van Veen op 6 november 2025 en is onherroepelijk.