Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
de Minister van Asiel en Migratie, (gemachtigde: mr. W. Vrooman).
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Rechtbank Den Haag
De rechtbank Den Haag behandelde het beroep van een Libische vreemdeling tegen de maatregel van bewaring opgelegd door de minister van Asiel en Migratie op grond van de Vreemdelingenwet 2000. De maatregel werd gerechtvaardigd vanwege risico's op het ontduiken van toezicht en het belemmeren van de uitzettingsprocedure. De eiser bestreed de gronden niet, maar voerde aan dat de maatregel onterecht was opgelegd omdat de maatregel van zijn partner was opgeheven na een belangenafweging, en dat de minister onvoldoende voortvarend was in de uitzettingsprocedure.
De rechtbank oordeelde dat de maatregel van de partner was opgeheven vanwege onvoldoende voortvarendheid, niet vanwege een belangenafweging, en dat dit niet automatisch gold voor eiser omdat diens paspoort was verlopen. De minister had voldoende inspanningen geleverd, waaronder het aanvragen van een laissez passer en meerdere rappelleringen bij de Libische autoriteiten. De rechtbank vond geen aanwijzingen dat de terugkeer in strijd zou zijn met het non-refoulementbeginsel, het belang van het kind of het familie- en gezinsleven.
Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Er was geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.