ECLI:NL:RBDHA:2025:21106
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag van Turkse eiser met Koerdische herkomst en betrokkenheid bij criminele organisatie
In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser, een Turkse nationaliteit met Koerdische herkomst, tegen de afwijzing van zijn asielaanvraag door de minister van Asiel en Migratie. Eiser had op 8 juli 2025 een aanvraag ingediend, maar deze werd op 18 augustus 2025 afgewezen als kennelijk ongegrond. De rechtbank heeft op 2 oktober 2025 de zaak behandeld, waarbij de gemachtigde van de verweerder aanwezig was, maar eiser en zijn gemachtigde niet. Eiser stelt dat hij betrokken is bij een criminele organisatie en vreest voor zijn leven bij terugkeer naar Turkije. De rechtbank oordeelt dat de minister terecht twijfelt aan de geloofwaardigheid van eisers verklaringen over zijn herkomst en betrokkenheid bij de organisatie. Eiser heeft zijn asielaanvraag niet tijdig ingediend en zijn verklaringen zijn inconsistent en niet onderbouwd met objectieve documenten. De rechtbank concludeert dat de minister de aanvraag terecht heeft afgewezen en het beroep ongegrond verklaart. Tevens wordt het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen, en eiser krijgt geen proceskostenvergoeding.