ECLI:NL:RBDHA:2025:21100
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag van Marokkaanse eiser wegens gebrek aan onderbouwing van identiteit en psychische klachten
In deze uitspraak van de Rechtbank Den Haag wordt het beroep van een Marokkaanse eiser tegen de afwijzing van zijn asielaanvraag behandeld. Eiser heeft op 28 augustus 2025 een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel, maar deze is door de minister van Asiel en Migratie op 12 september 2025 afgewezen als kennelijk ongegrond. De rechtbank heeft op 2 oktober 2025 de zaak behandeld, waarbij eiser en zijn gemachtigde via videoverbinding aanwezig waren, evenals de gemachtigde van de verweerder en een tolk. Eiser stelt dat hij bedreigd wordt door drie mannen in Marokko vanwege een restaurant dat hij heeft opgebouwd, maar de rechtbank oordeelt dat hij zijn identiteit en de gestelde bedreigingen niet voldoende heeft onderbouwd.
De rechtbank concludeert dat de verweerder terecht heeft geoordeeld dat eiser niet als vluchteling kan worden aangemerkt, omdat hij geen geloofwaardige asielmotieven heeft gepresenteerd. Eiser heeft geen objectieve documenten overgelegd die zijn identiteit en de gestelde bedreigingen onderbouwen. Bovendien heeft hij eerder asielaanvragen gedaan die niet in behandeling zijn genomen, wat zijn geloofwaardigheid ondermijnt. De rechtbank wijst ook op het feit dat eiser geen medische documenten heeft overgelegd die zijn psychische klachten onderbouwen, ondanks zijn verzoek om medisch onderzoek. De rechtbank oordeelt dat de afwijzing van de asielaanvraag als kennelijk ongegrond terecht is en wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af. Eiser krijgt geen proceskostenvergoeding.