Verzoekster heeft het college van burgemeester en wethouders van Kaag en Braassem verzocht handhavend op te treden tegen een cryogene stikstoftank op het perceel van belanghebbende. Het college wees dit verzoek op 28 juli 2025 af, waarna verzoekster bezwaar maakte en een voorlopige voorziening vroeg bij de rechtbank.
De voorzieningenrechter beoordeelde het verzoek op 22 oktober 2025 en stelde vast dat het perceel van verzoekster momenteel niet in gebruik is en geen bebouwing bevat. Verzoekster heeft nog geen omgevingsvergunning aangevraagd voor haar bouwplannen. Het college verwachtte de beslissing op bezwaar rond het eind van het jaar te kunnen nemen, waardoor geen onomkeerbare gevolgen te duchten zijn.
Verzoekster vreesde blootstelling van toekomstig personeel aan een verstikkende stikstofwolk en mogelijke belemmering van haar bouwplannen door de tank. De voorzieningenrechter vond echter dat deze vrees onvoldoende spoedeisend belang oplevert, mede omdat de bouw nog niet is gestart en de vergunning nog niet is aangevraagd.
Daarom werd het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen, wat betekent dat het handhavingsbesluit niet wordt geschorst. Er is geen aanleiding voor vergoeding van griffierecht of proceskosten. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep mogelijk.