ECLI:NL:RBDHA:2025:21044
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens te vroege ingebrekestelling bij niet tijdig beslissen asielaanvraag
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op zijn aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De minister ontving de aanvraag op 9 februari 2024 en moest binnen zes maanden beslissen, met een verlenging tot maximaal 21 maanden vanwege een besluitmoratorium voor Syrië.
De minister vroeg op 11 maart 2024 om terugname van de asielaanvraag door Kroatië, die dit accepteerde, maar de overdracht vond niet tijdig plaats. Hierdoor werd Nederland per 12 september 2024 verantwoordelijk voor de behandeling van de aanvraag. Vanwege het moratorium gold een verlengde beslistermijn tot uiterlijk 9 november 2025.
Eiser stelde de minister op 22 juli 2025 in gebreke, maar dit was vóór het verstrijken van de maximale beslistermijn. De rechtbank oordeelt dat de ingebrekestelling te vroeg was en verklaart het beroep daarom niet-ontvankelijk. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling en de zaak is zonder zitting afgedaan.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens te vroege ingebrekestelling.