ECLI:NL:RBDHA:2025:21041
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen niet tijdig beslissen op mvv aanvraag voor gezinshereniging nareis asiel
In deze zaak heeft de rechtbank Den Haag uitspraak gedaan over een beroep van eiser, die stelt dat de minister van Asiel en Migratie niet tijdig heeft beslist op zijn aanvraag voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) voor gezinshereniging nareis asiel, alsook een mvv op basis van artikel 8 EVRM. De rechtbank heeft vastgesteld dat er geen zitting nodig was, omdat partijen hiermee instemden. Eiser vroeg om vrijstelling van griffierecht, wat door de rechtbank werd verleend, omdat hij aan de voorwaarden voldeed. De rechtbank heeft ook overwogen dat de minister sinds 15 januari 2024 het fifo-principe hanteert voor nareiszaken, maar heeft het verzoek van de minister om aanhouding van de behandeling van het beroep afgewezen. De rechtbank benadrukte dat een aanhouding de minister zou ontmoedigen om snel te beslissen. Verder is er een wijziging in de Vreemdelingenwet van kracht sinds 28 maart 2025, die de beslistermijnen in asiel- en nareiszaken verlengt tot negen maanden. De rechtbank concludeert dat de beslistermijn voor de aanvraag van eiser nog niet was verstreken op het moment van de ingebrekestelling, waardoor deze prematuur was. Hierdoor is het beroep van eiser kennelijk niet-ontvankelijk verklaard. De uitspraak is gedaan door rechter mr. O. Veldman, in aanwezigheid van griffier mr. D.C. van de Mortel, en is openbaar gemaakt op 29 september 2025.