ECLI:NL:RBDHA:2025:20988

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
24 oktober 2025
Publicatiedatum
7 november 2025
Zaaknummer
C/09/692697 / FA RK 25-7569
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlening van een aansluitende zorgmachtiging tot verplichte zorg in het kader van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg

Op 24 oktober 2025 heeft de Rechtbank Den Haag een beschikking gegeven inzake een verzoek tot het verlenen van een aansluitende zorgmachtiging voor de duur van twee jaar, ingediend door de officier van justitie. De rechtbank heeft echter besloten om de zorgmachtiging te verlenen voor een kortere duur van zes maanden. Dit besluit is genomen op basis van de vooruitgang die betrokkene heeft geboekt in haar behandeling en de mogelijkheid om te onderzoeken of een zelfbindingsverklaring haalbaar is. Betrokkene, geboren in 1988, verblijft momenteel in een zorginstelling en heeft te maken met ernstige psychische stoornissen, waaronder een schizo-affectieve stoornis en een ongespecificeerde persoonlijkheidsstoornis. De rechtbank heeft vastgesteld dat er geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis zijn en dat verplichte zorg noodzakelijk is om ernstig nadeel af te wenden. De rechtbank heeft de zorgmachtiging verleend voor de duur tot en met 24 april 2026, met de mogelijkheid om de situatie van betrokkene opnieuw te evalueren. De beschikking is uitgesproken in een openbare zitting, waarbij de officier van justitie niet werd gehoord omdat zijn aanwezigheid niet noodzakelijk werd geacht voor de beslissing.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Team Jeugd- en Zorgrecht
Zaak-/rekestnr.: C/09/692697 / FA RK 25-7569
Datum beschikking: 24 oktober 2025

Aansluitende machtiging tot het verlenen van verplichte zorg

Beschikkingnaar aanleiding van het door de officier van justitie ingediende verzoek tot het verlenen van een aansluitende zorgmachtiging als bedoeld in artikel 6:4 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz), ten aanzien van:

[betrokkene] ,

hierna te noemen: betrokkene,
geboren op [geboortedatum] 1988 te [geboorteplaats] , [land] ,
wonende te [woonplaats] ,
thans verblijvende in de accommodatie [zorginstantie] , te [plaats] ,
advocaat: mr. M.S.C. Leistra te Zoetermeer.

ProcesverloopBij verzoekschrift, ingekomen ter griffie op 7 oktober 2025, heeft de officier van justitie verzocht om een aansluitende zorgmachtiging voor de duur van twee jaar.

Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:
- een op 29 september 2025 ondertekende medische verklaring van [naam 1] , psychiater, die betrokkene heeft onderzocht maar niet bij de behandeling betrokken was;
- een zorgkaart van 21 september 2025;
- een zorgplan van 16 september 2025;
- de bevindingen van de geneesheer-directeur van 3 oktober 2025;
- een uittreksel uit de justitiële documentatie;
- een brief van de officier van justitie van 5 september 2025, waaruit blijkt dat er ten aanzien van betrokkene geen recente politiemutaties zijn.
De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 24 oktober 2025. Daarbij zijn gehoord:
- betrokkene, bijgestaan door haar advocaat;
- de arts, de heer [naam 2] .
Omdat door de officier van justitie een nadere toelichting op of motivering van het verzoek niet nodig werd geacht en het de rechtbank ter zitting is gebleken dat diens aanwezigheid ook niet noodzakelijk was om tot een inhoudelijke beslissing te kunnen komen, is de officier van justitie niet gehoord.

Standpunten ter zitting

Door en namens betrokkene is ter zitting naar voren gebracht dat betrokkene de zorgmachtiging prettig vindt, zodat er gelijk kan worden ingegrepen als het niet goed gaat. Betrokkene heeft bezwaar tegen de termijn van de zorgmachtiging.
De advocaat stelt voor om de zorgmachtiging toe te wijzen voor een kortere duur zodat de optie van een zelfbindingsverklaring kan worden onderzocht.
De arts heeft ter zitting naar voren gebracht dat betrokkene grote stappen maakt. Betrokkene zit goed in de samenwerking en neemt haar medicatie. Op het terrein van de instelling gaat het goed, maar het risico op een terugval blijft aanwezig, vooral vanwege het middelengebruik. Er wordt gewerkt aan de doorstroom naar een andere plek waar betrokkene meer autonomie krijgt. De zorgmachtiging is noodzakelijk om ervoor te zorgen dat deze verandering goed gaat.

Beoordeling

Op 24 oktober 2024 is door de rechtbank een zorgmachtiging verleend voor de duur van twaalf maanden tot en met 24 oktober 2025.
Uit de overgelegde stukken is gebleken dat betrokkene lijdt aan psychische stoornissen, te weten een schizo-affectieve stoornis, een ongespecificeerde persoonlijkheidsstoornis en een stoornis in het gebruik van middelen.
Deze stoornissen leiden tot ernstig nadeel, gelegen in:
-ernstige psychische schade;
-ernstige verwaarlozing;
-maatschappelijke teloorgang;
-de situatie dat betrokkene met hinderlijk gedrag agressie van anderen oproept.
Betrokkene is kwetsbaar, beïnvloedbaar en gevoelig voor stress en spanning. Zij grijpt snel naar alcohol en drugs als de spanning oploopt, waardoor de psychotische klachten toenemen. In het verleden is het meermaals voorgekomen dat derden misbruik hebben gemaakt van betrokkene. Betrokkene heeft ook hulp nodig bij haar financiën en dagbesteding.
Om het ernstig nadeel af te wenden, de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren en de geestelijke gezondheid van betrokkene te herstellen zodanig dat zij haar autonomie zoveel mogelijk herwint, heeft betrokkene zorg nodig.
Gebleken is dat er geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis zijn. Er is weliswaar sprake van een stijgende lijn, maar het evenwicht is nog fragiel. In het verleden is betrokkene meermaals ambivalent geweest ten opzichte van de benodigde zorg en bij veranderingen ligt terugval op de loer. Om die reden is verplichte zorg nodig.
De in het verzoekschrift genoemde vormen van zorg zijn gebaseerd op de medische verklaring, het zorgplan en het advies van de geneesheer-directeur. Deze vormen van verplichte zorg zijn door de rechtbank tijdens de mondelinge behandeling besproken.
Gelet op het voorgaande acht de rechtbank de volgende vormen van verplichte zorg noodzakelijk om het ernstig nadeel af te wenden:
- toedienen van medicatie;
- verrichten medische controles;
- andere medische handelingen en therapeutische maatregelen;
- opnemen in een accommodatie.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De voorgestelde verplichte zorg is bovendien evenredig en naar verwachting effectief. Uit de stukken blijkt verder dat bij het bepalen van de juiste zorg rekening is gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen, alsmede met de veiligheid van betrokkene.
Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in de Wvggz. De rechtbank ziet aanleiding om de zorgmachtiging te verlenen voor een kortere duur dan is verzocht. Het perspectief van betrokkene is hiertoe redengevend, nu betrokkene stappen zet om naar begeleid wonen te gaan. De rechtbank stelt vast dat betrokkene inmiddels dermate vooruit is gegaan en zo goed meewerkt aan haar behandeling dat de komende periode moet worden onderzocht of een zelfbindingsverklaring niet tot de mogelijkheden behoort. De rechtbank zal dan ook de zorgmachtiging voor de duur van zes maanden afgeven. Daarmee heeft betrokkene voorlopig nog een vangnet, terwijl die tijd tevens kan worden benut om te bezien of een zelfbindingsverklaring nadien passend is.

Beslissing

De rechtbank:
verleent een zorgmachtiging ten aanzien van:

[betrokkene] ,

geboren op [geboortedatum] 1988 te [geboorteplaats] , [land] ,
inhoudende dat bij wijze van verplichte zorg de volgende maatregelen kunnen worden getroffen:
- toedienen van medicatie;
- verrichten medische controles;
- andere medische handelingen en therapeutische maatregelen;
- opnemen in een accommodatie;
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 24 april 2026;
wijst het meer of anders verzochte af.
Deze beschikking is gegeven door mr. S.J. Hoekstra-van Vliet, rechter, bijgestaan door S.N. Maas als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 24 oktober 2025.
De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 7 november 2025.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.