ECLI:NL:RBDHA:2025:20983
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- R. van der Wal
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielzaak wegens onnodigheid
Verzoeker heeft een aanvraag gedaan voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de minister van Asiel en Migratie is afgewezen als kennelijk ongegrond in het besluit van 11 april 2025. Verzoeker heeft hiertegen beroep ingesteld en tevens een verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening ingediend.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek tot voorlopige voorziening op 18 september 2025 behandeld in aanwezigheid van verzoeker en zijn gemachtigde, met een tolk aanwezig. De minister werd vertegenwoordigd door zijn gemachtigde.
Bij een gelijktijdige uitspraak in de hoofdzaak (zaak NL25.17971) is het beroep van verzoeker reeds inhoudelijk behandeld en beslist. Hierdoor acht de voorzieningenrechter een voorlopige voorziening overbodig en wijst het verzoek af. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd en tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de hoofdzaak reeds is beslist.