ECLI:NL:RBDHA:2025:2095
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening en medische omstandigheden
Eiser, een Oekraïense asielzoeker, verzocht om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De minister nam de aanvraag niet in behandeling omdat Noorwegen verantwoordelijk is voor de asielprocedure volgens de Dublinverordening. Eiser stelde dat zijn gezondheid ernstig in gevaar komt door het koude en donkere klimaat in Noorwegen, wat hij onvoldoende met medische stukken onderbouwde.
De rechtbank oordeelde dat de minister terecht terughoudend was met het aan zich trekken van de aanvraag op grond van artikel 17, eerste lid, van de Dublinverordening. De medische omstandigheden van eiser werden meegewogen, maar er waren geen concrete aanwijzingen dat de overdracht aan Noorwegen onevenredig hard zou zijn. Het interstatelijk vertrouwensbeginsel leidt tot de veronderstelling dat Noorwegen adequate medische voorzieningen biedt.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en handhaafde het besluit van de minister. Eiser kreeg geen vergoeding van proceskosten. De uitspraak werd gedaan door rechter I. Helmich en griffier S.N. Lekatompessij op 12 februari 2025.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard.