ECLI:NL:RBDHA:2025:20930
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toekenning proceskostenvergoeding wegens vertraagde beslissing op aanvraag machtiging voorlopig verblijf
Verzoeker diende beroep in tegen de minister van Asiel en Migratie omdat de minister niet tijdig had beslist op zijn aanvraag voor een machtiging tot voorlopig verblijf. Op 3 september 2025 nam de minister alsnog een besluit, waarna verzoeker zijn beroep introk en verzocht om vergoeding van proceskosten.
De rechtbank oordeelde dat de minister tegemoet was gekomen aan het beroep door alsnog een besluit te nemen. Op grond van de Algemene wet bestuursrecht en het Besluit Proceskosten bestuursrecht kan de bestuursrechter in zo'n situatie het bestuursorgaan veroordelen tot vergoeding van proceskosten.
De rechtbank kende een vast bedrag toe van €453,50, gebaseerd op het inschakelen van een professionele juridische hulpverlener en een wegingsfactor van 0,5 vanwege het lichte gewicht van de zaak. Ook werd het griffierecht vergoed. De uitspraak werd gedaan door rechter G.P. Loman zonder zitting.
Uitkomst: De minister wordt veroordeeld tot betaling van €453,50 aan proceskosten aan verzoeker wegens het niet tijdig beslissen op zijn aanvraag.