Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.De tenlastelegging
3.De bewijsbeslissing
De verdachte heeft ook verklaard dat hij dit account niet altijd heeft gebruikt en dat het ook door anderen zou zijn gebruikt. De verdachte heeft deze verklaring op geen enkele manier geconcretiseerd, zodat de rechtbank reeds op grond daarvan hieraan voorbij gaat. Bovendien strookt de verklaring van de verdachte niet met onderdelen uit het dossier. Zo was de gebruikersnaam van dit account ‘ [gebruikersnaam 1] ’ en de verdachte heeft verklaard dat hij zo wel werd genoemd. Ook blijkt uit de chatwisselingen niet dat de tegencontacten van [accountnaam] werden geconfronteerd met een andere gebruiker. De rechtbank beschouwd de verdachte dan ook als de ononderbroken gebruiker van dit account.
import Rotterdam 1097,8 kg cocaïne op 16 augustus 2020
hijin contact is met [naam 3] , die mail van
[naam 4](van [bedrijfsnaam 1] ) doorstuurt. De verdachte maakt dus kennelijk gebruik van een mailaccount van [naam 4] , medewerker van [bedrijfsnaam 1] , of heeft direct zicht op het berichtenverkeer op dit mailaccount.
consigneeoptrad voor de zeven cocaïnetransporten, hadden de betalingen door de verdachte naar het oordeel van de rechtbank ook betrekking op die transporten.
- één of meerdere partijen van in totaal 442,95 kilogram cocaïne, (tussen 16 december 2020 en 30 december 2020 in beslag genomen in de haven van Antwerpen) en
- een partij van 566,66 kilogram cocaïne (2 december 2021 in beslag genomen in de haven van Antwerpen),
zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I;
- het opzettelijk binnen het grondgebied van Nederland brengen en/of
- het opzettelijk afleveren van cocaïne, in elk geval een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I,
- zich en/of een ander gelegenheid, middelen en/of inlichtingen tot het plegen van dat feit heeft getracht te verschaffen,
- voorwerpen,
engelden voorhanden heeft gehad, waarvan hij, verdachte, wist of ernstige reden had om te vermoeden dat zij bestemd waren tot het plegen van dat feit, door:
- middels (versleutelde) SkyECC-berichten inlichtingen, aanwijzingen en/of opdrachten te hebben ontvangen van en/of te hebben (door)gegeven aan anderen met betrekking tot bedrijven en/of bedrijfsnamen en/of bestellingen en/of betalingen en/of en/of (wijze van) transport (van o.a. dekladingen en/of partijen verdovende middelen), en/of
- papierwerk van bedrijven te regelen, en/of
- bills of lading en/of facturen te versturen en/of te ontvangen, en/of
- betalingen te verrichten, en/of
- één of meerdere PGP-telefoons en/of SkyECC-accounts aan anderen te verstrekken;
hij in de periode van 22 april 2020 tot en met 7 december 2021 te Rotterdam en/of Leidschendam, althans in Nederland, heeft deelgenomen aan een organisatie, bestaande uit een samenwerkingsverband van natuurlijke personen, te weten tussen verdachte en medeverdachte [medeverdachte] , welke organisatie tot oogmerk had het plegen van een of meer misdrijven, te weten: een of meer misdrijven als bedoeld in artikel 10 derde Pro, vierde, vijfde lid en/of artikel 10a eerste lid, Opiumwet.
4.De strafbaarheid van het bewezen verklaarde
5.De strafbaarheid van de verdachte
6.De strafoplegging
7.De inbeslaggenomen voorwerpen
8.De toepasselijke wetsartikelen
9.De beslissing
gevangenisstrafvoor de duur van
6 (ZES) JAREN;
- een partij van 1097,80 kilogram cocaïne (16 augustus 2020 in beslag genomen in Rotterdam) en/of
- één of meerdere partijen van in totaal 442,95 kilogram cocaïne, (tussen 16 december 2020 en 30 december 2020 in beslag genomen in de haven van Antwerpen) en/of
- een partij van 566,66 kilogram cocaïne (2 december 2021 in beslag genomen in de haven van Antwerpen)),
zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;
kunnen leiden:
- een partij van 1097,80 kilogram cocaïne (16 augustus 2020 in beslag genomen in Rotterdam) en/of
- één of meerdere partijen van in totaal 442,95 kilogram cocaïne (tussen 16 december 2020 en 30 december 2020 in beslag genomen in de haven van Antwerpen) en/of,
- een partij van 566,66 kilogram cocaïne (2 december 2021 in beslag genomen in de haven van Antwerpen)),
zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet, bij en/of tot het plegen van welk misdrijf verdachte in of omstreeks de periode van 22 april 2020 tot en met 7 december 2021 te Rotterdam en/of Leidschendam, althans in Nederland, en/of in België, (meermalen) opzettelijk behulpzaam is geweest en/of opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft, door (in opdracht van en/of op verzoek van [medeverdachte] en/of zijn mededaders):
- één of meerdere bedrijven op naam van hem, verdachte en/of op naam van een ander te zetten en/of ter beschikking te stellen, en/of;
- (op naam van één of meerdere bedrijven) goederen te bestellen die als deklading dienden/konden dienen, en/of
- (per e-mail en/of middels (telefonische) berichten) in contact te staan met leveranciers en/of rederijen en/of transporteurs en/of de douane en/of (verkregen) informatie hierover te verstrekken aan [medeverdachte] , en/of
- één of meerdere betalingen te verrichten, en/of
- op of omstreeks 15 december 2020 naar Antwerpen te gaan;
- het opzettelijk binnen en/of buiten het grondgebied van Nederland brengen en/of
- het opzettelijk bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken en/of vervoeren, van cocaïne, in elk geval een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van de Opiumwet,
- (telkens) een ander heeft getracht te bewegen om dat feit te plegen, te doen plegen, mede te plegen en/of uit te lokken, om daarbij behulpzaam te zijn en/of om daartoe gelegenheid, middelen en/of inlichtingen te verschaffen,
- zich en/of een ander gelegenheid, middelen en/of inlichtingen tot het plegen van dat feit heeft getracht te verschaffen,
- voorwerpen, vervoermiddelen, stoffen, gelden en/of andere betaalmiddelen voorhanden heeft gehad, waarvan hij, verdachte, wist of ernstige reden had om te vermoeden dat zij bestemd waren tot het plegen van dat feit, door:
- (onder andere middels (versleutelde) SkyECC-berichten) inlichtingen, aanwijzingen en/of opdrachten te hebben ontvangen van en/of te hebben (door)gegeven aan anderen met betrekking tot bedrijven en/of bedrijfsnamen en/of bestellingen en/of betalingen en/of prijzen en/of (wijze van) transport (van o.a. dekladingen en/of partijen verdovende middelen), en/of
- katvangers voor en/of papierwerk van bedrijven te regelen, en/of
- bills of lading en/of facturen te versturen en/of te ontvangen, en/of
- betalingen te verrichten, en/of
- één of meerdere PGP-telefoons en/of SkyECC-accounts aan anderen te verstrekken;
hij in of omstreeks de periode van 22 april 2020 tot en met 7 december 2021 te Rotterdam en/of Leidschendam, althans in Nederland, heeft deelgenomen aan een organisatie, bestaande uit een samenwerkingsverband van natuurlijke personen, te weten tussen verdachte en medeverdachte [medeverdachte] , welke organisatie tot oogmerk had het plegen van een of meer misdrijven, te weten:
- een of meer misdrijven als bedoeld in artikel 10 derde Pro, vierde, vijfde lid en/of artikel 10a eerste lid, Opiumwet en/of
- witwassen (artikel 420bis Sr) en/of valsheid in geschrifte (art. 255 Sr Pro).