ECLI:NL:RBDHA:2025:20851
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens onvoldoende bewijs familieband en vrees voor kartel
Eiser, afkomstig uit Colombia, vreesde voor zijn leven vanwege een aanval door het Cali kartel en een familierelatie met een criminele oom. Hij diende een asielaanvraag in die door verweerder werd afgewezen als kennelijk ongegrond. De rechtbank oordeelde dat verweerder de aanvraag niet als kennelijk ongegrond had mogen afwijzen en geen onmiddellijke vertrekplicht of inreisverbod had mogen opleggen.
De rechtbank volgde echter de beoordeling van verweerder dat eiser onvoldoende bewijs had geleverd van de familieband en de dreiging door het kartel. Ook vond de rechtbank dat eiser zijn asielaanvraag niet tijdig had ingediend en zijn verklaringen onsamenhangend waren. Daarom wees de rechtbank de asielaanvraag zelf af als ongegrond en legde een vertrektermijn van vier weken op.
De rechtbank veroordeelde verweerder tot betaling van de proceskosten aan eiser. De uitspraak kan worden aangevochten bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen een week na verzending.
Uitkomst: De rechtbank wijst de asielaanvraag af als ongegrond en bepaalt een vertrektermijn van vier weken.