ECLI:NL:RBDHA:2025:20850

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
5 november 2025
Publicatiedatum
6 november 2025
Zaaknummer
NL25.28558 en NL25.28562
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:75 AwbArt. 8:75a AwbBesluit proceskosten bestuursrecht
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing verzoek proceskostenvergoeding wegens niet-tijdig beslissen asielaanvraag

Verzoekers hebben beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op hun asielaanvraag van 4 maart 2025. Tijdens de procedure heeft de minister van Asiel en Migratie het besluit alsnog genomen en de asielaanvraag ingewilligd. Hierdoor hebben verzoekers hun beroep ingetrokken en verzocht om vergoeding van de gemaakte proceskosten.

De rechtbank overweegt dat op grond van artikel 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) een bestuursorgaan kan worden veroordeeld tot proceskostenvergoeding indien het beroep wordt ingetrokken omdat het bestuursorgaan aan het beroep tegemoet is gekomen. Nu de minister niet binnen de gestelde termijn heeft beslist, maar alsnog het verzoek heeft ingewilligd, is aan het beroep tegemoetgekomen.

De rechtbank stelt de proceskosten vast op €453,50, gebaseerd op de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand met een wegingsfactor 'licht', omdat het beroep alleen ziet op het niet tijdig nemen van een besluit. De rechtbank veroordeelt de minister tot betaling van dit bedrag aan verzoekers.

Uitkomst: De rechtbank veroordeelt de minister tot betaling van €453,50 aan proceskosten wegens niet tijdig beslissen op de asielaanvraag.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummers: NL25.28558 en NL25.28562

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[verzoeker 1] , verzoeker, V-nummer: [V-nummer 1]

[verzoeker 2], verzoeker, V-nummer: [V-nummer 2]
hierna gezamenlijk te noemen: verzoekers
(gemachtigde: mr. P.A. Blaas),
en
de minister van Asiel en Migratie, [1] verweerder.

Procesverloop

Verzoekers hebben op 27 juni 2025 beroep ingesteld tegen het niet-tijdig beslissen op hun asielaanvraag van 4 maart 2025.
Bij besluit van 14 oktober heeft verweerder de asielaanvraag van verzoekers ingewilligd.
Verzoekers hebben het beroep ingetrokken en daarbij verzocht om verweerder te veroordelen tot vergoeding van de proceskosten.
De rechtbank doet op grond van artikel 8:54, eerste lid, van de Awb [2] uitspraak zonder zitting.

Overwegingen

1. De veroordeling van een partij in de proceskosten is geregeld in de artikelen 8:75 en 8:75a van de Awb en nader uitgewerkt in het Bpb. [3] Als een beroep wordt ingetrokken, omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoet gekomen, kan de rechtbank op verzoek van de indiener dat bestuursorgaan bij afzonderlijke uitspraak veroordelen in de proceskosten. Dit is geregeld in artikel 8:75a van de Awb.
2. Nu verweerder niet binnen de hiervoor geldende termijn op de aanvraag van verzoekers heeft besloten en deze aanvraag hangende een beroep tegen het niet tijdig beslissen heeft ingewilligd, is verweerder geheel aan het beroep van verzoekers tegemoetgekomen.
3. Het verzoek wordt als kennelijk gegrond toegewezen. De rechtbank veroordeelt verweerder in de door verzoekers gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Bpb voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 453,50 (1 punt voor het indienen van het beroepschrift met een waarde per punt van
€ 907 met een wegingsfactor 0,5). De rechtbank is van oordeel dat de wegingsfactor ‘licht’ van toepassing is aangezien het beroep alleen ziet op het niet tijdig nemen van een besluit.

Beslissing

De rechtbank:
 veroordeelt verweerder in de proceskosten van verzoekers tot een bedrag van
€ 453,50 (vierhonderddrieënvijftig euro en vijftig cent).
Deze uitspraak is gedaan op 5 november 2025 door mr. W.H. Bel, rechter, in aanwezigheid van mr. M. Gasi, griffier, openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op
www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.

Voetnoten

1.Voorheen de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid.
2.Algemene wet bestuursrecht.
3.Besluit proceskosten bestuursrecht.