ECLI:NL:RBDHA:2025:20846

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
5 november 2025
Publicatiedatum
6 november 2025
Zaaknummer
NL24.21622
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:75 AwbArt. 8:75a AwbBesluit proceskosten bestuursrecht
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing verzoek intrekking beroep en proceskostenvergoeding wegens niet tijdig beslissen mvv-aanvraag

Verzoekster heeft namens zichzelf en haar kinderen beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op hun aanvraag om een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) bij de minister van Asiel en Migratie. Nadat de minister alsnog de aanvraag heeft ingewilligd, heeft verzoekster het beroep ingetrokken en verzocht om vergoeding van de proceskosten.

De rechtbank overweegt dat de veroordeling in proceskosten mogelijk is wanneer het bestuursorgaan geheel tegemoetkomt aan het beroep. Gezien de niet tijdige beslissing en de latere goedkeuring van de aanvraag is de minister aan het beroep tegemoetgekomen.

De rechtbank veroordeelt de minister tot vergoeding van de proceskosten, vastgesteld op €453,50 voor rechtsbijstand, en tot vergoeding van het betaalde griffierecht van €187. De wegingsfactor licht wordt toegepast omdat het beroep alleen ziet op het niet tijdig beslissen.

De uitspraak is gedaan zonder zitting op 5 november 2025 door rechter M.L. Weerkamp.

Uitkomst: De rechtbank veroordeelt de minister tot vergoeding van proceskosten en griffierecht wegens niet tijdig beslissen op de mvv-aanvraag.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL24.21622

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[verzoekster] , verzoekster

V-nummer: [V-nummer]
(gemachtigde: mr. A. Kortrijk),
en
de minister van Asiel en Migratie, [1] verweerder.

Procesverloop

Verzoekster heeft op 21 mei 2024, mede namens haar kinderen, beroep ingesteld tegen het niet-tijdig beslissen op hun aanvraag om een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) te verlenen bij [naam] van 17 januari 2023.
Bij besluit van 4 juni 2024 heeft verweerder de aanvraag ingewilligd.
Verzoekster heeft het beroep ingetrokken en daarbij verzocht om verweerder te veroordelen tot vergoeding van de proceskosten.
De rechtbank doet op grond van artikel 8:54, eerste lid, van de Awb [2] uitspraak zonder zitting.

Overwegingen

1. De veroordeling van een partij in de proceskosten is geregeld in de artikelen 8:75 en 8:75a van de Awb en nader uitgewerkt in het Bpb. [3] Als een beroep wordt ingetrokken, omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoet gekomen, kan de rechtbank op verzoek van de indiener dat bestuursorgaan bij afzonderlijke uitspraak veroordelen in de proceskosten. Dit is geregeld in artikel 8:75a van de Awb.
2. Nu verweerder niet binnen de hiervoor geldende termijn op de mvv-aanvraag van verzoekster heeft besloten en de aanvraag hangende een beroep tegen het niet tijdig beslissen heeft ingewilligd, is verweerder geheel aan het beroep van verzoekster tegemoetgekomen.
3. Het verzoek wordt als kennelijk gegrond toegewezen. De rechtbank veroordeelt verweerder in de door verzoekster gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Bpb voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 453,50 (1 punt voor het indienen van het beroepschrift met een waarde per punt van
€ 907 met een wegingsfactor 0,5). De rechtbank is van oordeel dat de wegingsfactor ‘licht’ van toepassing is aangezien het beroep alleen ziet op het niet tijdig nemen van een besluit. Daarnaast moet verweerder het door verzoekster betaalde griffierecht aan haar vergoeden.

Beslissing

De rechtbank:
 veroordeelt verweerder in de proceskosten van verzoekster tot een bedrag van
€ 453,50 (vierhonderddrieënvijftig euro en vijftig cent);
 bepaalt dat verweerder het door verzoekster betaalde griffierecht van € 187 (honderdvierennegentig euro) moet vergoeden.
Deze uitspraak is gedaan op 5 november 2025 door mr. M.L. Weerkamp, rechter, in aanwezigheid van mr. E.C. Jacobs, griffier, openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op
www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.

Voetnoten

1.Voorheen de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid.
2.Algemene wet bestuursrecht.
3.Besluit proceskosten bestuursrecht.