De minister van Asiel en Migratie heeft op 9 juni 2025 een maatregel van bewaring opgelegd aan eiser, een vreemdeling van Marokkaanse nationaliteit. Eiser heeft tegen het voortduren van deze maatregel beroep ingesteld en verzocht om schadevergoeding. De rechtbank heeft het beroep behandeld op 31 oktober 2025, waarbij eiser en zijn gemachtigde niet aanwezig waren.
Eiser stelde dat er geen zicht is op uitzetting omdat zowel Marokko als Algerije niet meewerken aan het verkrijgen van een laissez-passer. Tevens voerde hij aan dat de bewaring niet langer in redelijke verhouding staat tot het doel, mede vanwege de ernstige ziekte van zijn vader in Parijs. De rechtbank verwijst naar eerdere uitspraken waarin al is geoordeeld dat er wel degelijk zicht is op uitzetting naar beide landen.
De minister heeft de inspanningen inmiddels volledig gericht op Marokko, nadat Algerije heeft aangegeven dat eiser daar niet bekend is. De rechtbank acht de voortgang voldoende en ziet geen reden om de bewaring te beëindigen of te verzachten. Ook de persoonlijke omstandigheden van eiser leiden niet tot een ander oordeel. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.