ECLI:NL:RBDHA:2025:20831

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
5 november 2025
Publicatiedatum
6 november 2025
Zaaknummer
NL24.21309
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:75 AwbArt. 8:75a AwbBesluit proceskosten bestuursrecht
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid beroep na inwilliging asielaanvraag en veroordeling proceskosten

Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op haar asielaanvraag van januari 2023. Nadat de minister van Asiel en Migratie het besluit op 16 januari 2025 alsnog heeft ingewilligd, handhaaft eiseres het beroep uitsluitend om proceskosten te vorderen.

De rechtbank oordeelt dat het beroep niet-ontvankelijk is omdat het bestuursorgaan volledig aan het beroep tegemoet is gekomen door de aanvraag alsnog te honoreren. Er is daardoor geen procesbelang meer bij een inhoudelijke beoordeling.

Op grond van artikel 8:75a van de Awb kan de rechtbank in een dergelijk geval de wederpartij veroordelen in de proceskosten. De rechtbank stelt de proceskosten vast op €453,50, gebaseerd op een puntensysteem en een lichte wegingsfactor vanwege de beperkte aard van het beroep.

De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt op 5 november 2025. De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk en veroordeelt de minister tot betaling van de proceskosten aan eiseres.

Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard en de minister wordt veroordeeld tot betaling van €453,50 aan proceskosten.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL24.21309

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiseres] , eiseres

V-nummer: [V-nummer]
(gemachtigde: mr. R.E.J.M. van den Toorn),
en
de minister van Asiel en Migratie, [1] verweerder.

Procesverloop

Eiseres heeft op 20 mei 2024 beroep ingesteld tegen het niet-tijdig beslissen op haar asielaanvraag van 18 januari 2023.
Bij besluit van 16 januari 2025 heeft verweerder de asielaanvraag ingewilligd.
Eiseres heeft desgevraagd medegedeeld het beroep te handhaven in verband met de veroordeling van verweerder tot vergoeding van de proceskosten.
De rechtbank doet op grond van artikel 8:54, eerste lid, van de Awb [2] uitspraak zonder zitting.

Overwegingen

1. Nu verweerder niet binnen de hiervoor geldende termijn op de aanvraag van eiseres heeft besloten en deze aanvraag hangende een beroep tegen het niet tijdig beslissen heeft ingewilligd, is verweerder geheel aan het beroep van eiseres tegemoetgekomen. Eiseres heeft om die reden geen procesbelang meer bij een verdere inhoudelijke beoordeling van het beroep door de rechtbank. Het beroep zal om die reden niet-ontvankelijk worden verklaard.
2. De veroordeling van een partij in de proceskosten is geregeld in de artikelen 8:75 en 8:75a van de Awb en nader uitgewerkt in het Bpb. [3] Als een beroep wordt ingetrokken, omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoet gekomen, kan de rechtbank op verzoek van de indiener dat bestuursorgaan bij afzonderlijke uitspraak veroordelen in de proceskosten. Dit is geregeld in artikel 8:75a van de Awb.
3. De rechtbank ziet in de tegemoetkoming aanleiding verweerder te veroordelen in de door eiseres gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Bpb voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 453,50 (1 punt voor het indienen van het beroepschrift met een waarde per punt van € 907 met een wegingsfactor 0,5). De rechtbank is van oordeel dat de wegingsfactor ‘licht’ van toepassing is aangezien het beroep alleen ziet op het niet tijdig nemen van een besluit.

Beslissing

De rechtbank:
 verklaart het beroep niet-ontvankelijk;
 veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiseres tot een bedrag van
€ 453,50 (vierhonderddrieënvijftig euro en vijftig cent).
Deze uitspraak is gedaan op 5 november 2025 door mr. M.L. Weerkamp, rechter, in aanwezigheid van mr. E.C. Jacobs, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op
www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.

Voetnoten

1.Voorheen de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid.
2.Algemene wet bestuursrecht.
3.Besluit proceskosten bestuursrecht.