Uitspraak
RECHTBANK Den Haag
1.De procedure
- de dagvaarding van 23 april 2025, met producties 1 tot en met 7;
- de conclusie van antwoord van 18 juni 2025, met producties 1 tot en met 5;
- het e-mailbericht van de rechtbank van 4 september 2025 met vragen aan partijen;
- het e-mailbericht van de vereniging van 8 september 2025 met antwoorden op de vragen van de rechtbank.
2.De feiten
De leden zijn verplicht de kavels te gebruiken volgens de bestemming, te weten voor het hebben van een woning (permanent wonen) dan wel een recreatiewoning.’
de bepalingen van de statuten of van het huishoudelijk reglement niet nakomt of overtreedt;
zich niet gedraagt naar vergaderingsbesluiten;
zich schuldig maakt aan onbehoorlijk gedrag jegens de medebewoners van de parken;
zich schuldig maakt aan onbehoorlijk gedrag jegens de bestuursleden van de vereniging of diens gemachtigde(n).
- U heeft zich niet aan onderstaande afspraken gehouden. Uw huurders/arbeidsmigranten verblijven nog steeds op kavel [kavel 1] . Dit betekent dat de boeteclausule loopt vanaf zaterdag 1 juni. Het bestuur legt u een boete op van € 100,- per dag vanaf de eerste dag van verhuur met een maximum van € 1000,- Dit betekent dat de teller momenteel op € 600,00 staat. U ontvangt hiervoor een factuur. […]
‘Boete ivm arbeidsmigranten, conform mail 6-6’.
3.Het geschil
4.De beoordeling
‘een onderdaan van een andere lidstaat van de Europese Unie die zijn hoofdverblijf niet in Nederland heeft en in Nederland verblijft om tijdelijke werkzaamheden te verrichten’. Ter zitting heeft [gedaagde] toegelicht dat de vier bewoners allemaal zijn ingeschreven in een Nederlandse gemeente, namelijk op het adres van het recreatiepark in de [gemeente] . Daar komt bij dat [naam 1] en [naam 2] al jaren in Nederland werken en er dus geen sprake is van tijdelijke werkzaamheden. Op grond van het voorgaande betwist [gedaagde] dat hij artikel 12 lid 4 van het huishoudelijk reglement heeft overtreden.
omdatdat wordt gezien als een vorm van permanente bewoning. De rechtbank hecht in dit verband ook waarde aan het bepaalde in artikel 5 van de statuten (zie 2.2). Weliswaar wordt in artikel 5 van de statuten ook permanente bewoning genoemd als bestemming van de kavels van het recreatiepark. Ter zitting heeft de vereniging echter (onbetwist) verklaard dat dat onderdeel van artikel 5 lid 1 van de statuten ziet op woningen die vallen onder een oude regeling en dat sinds 1993 permanente bewoning van woningen op het recreatiepark niet meer is toegestaan. Ook uit artikel 5 van de statuten volgt naar het oordeel van de rechtbank dus de verplichting van leden van de vereniging om de kavels te gebruiken voor een recreatiebestemming, en niet voor permanente bewoning.