Eiseres, een Pakistaanse vrouw, vroeg op 15 december 2023 een visum kort verblijf aan om haar broer in Nederland te bezoeken. De minister wees de aanvraag af op grond van onvoldoende aannemelijkheid van het doel en de omstandigheden van het verblijf en redelijke twijfel over haar terugkeer naar Pakistan.
De rechtbank oordeelt dat de minister bij de beoordeling onvoldoende rekening heeft gehouden met het feit dat eiseres getrouwd is en een gezinsleven met twee kinderen in Pakistan heeft, wat een belangrijke sociale binding vormt. Hierdoor is het besluit onzorgvuldig tot stand gekomen en onvoldoende gemotiveerd.
Daarnaast heeft de minister het doel en de omstandigheden van het verblijf niet zelfstandig en voldoende gemotiveerd beoordeeld, wat eveneens strijdig is met het motiveringsbeginsel.
De rechtbank verklaart het beroep gegrond, vernietigt het bestreden besluit en draagt de minister op binnen zes weken een nieuw besluit te nemen. Tevens moet de minister het griffierecht en proceskosten aan eiseres vergoeden.