ECLI:NL:RBDHA:2025:20736
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toekenning proceskostenvergoeding wegens vertraagde besluitvorming machtiging voorlopig verblijf
Verzoekster diende een beroep in tegen het uitblijven van een tijdige beslissing van de minister op haar aanvraag voor een machtiging tot voorlopig verblijf. Op 18 augustus 2025 nam de minister alsnog een besluit, waarna verzoekster haar beroep introk en proceskostenvergoeding vorderde.
De rechtbank oordeelde dat het beroep ingetrokken werd omdat de minister aan het beroepschrift tegemoet was gekomen door alsnog een besluit te nemen. Op grond van de Awb en het Besluit Proceskosten bestuursrecht kan in een dergelijk geval proceskostenvergoeding worden toegekend.
Gezien de lichte aard van de zaak en het beperkte belang, werd een wegingsfactor van 0,5 toegepast op het standaardbedrag van €907,-, resulterend in een vergoeding van €453,50. Tevens werd het griffierecht vergoed. De minister werd veroordeeld tot betaling van deze kosten.
Uitkomst: De minister wordt veroordeeld tot betaling van €453,50 proceskostenvergoeding en het griffierecht wegens vertraagde besluitvorming.