ECLI:NL:RBDHA:2025:20689
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens prematuur ingebrekestelling bij asielaanvraag Syrië
Eiseres heeft een aanvraag tot verlening van een verblijfsvergunning asiel ingediend, waarop de minister volgens haar niet tijdig heeft beslist. De minister ontving de aanvraag op 30 december 2024 en moest binnen zes maanden beslissen. Eiseres stelde de minister op 22 juli 2025 in gebreke en diende op 6 augustus 2025 beroep in wegens het uitblijven van een besluit.
Echter gold voor Syrië tussen 14 december 2024 en 13 juni 2025 een besluitmoratorium, waardoor de beslistermijn verlengd werd met één jaar tot maximaal 21 maanden. Hierdoor moest de minister uiterlijk op 30 juni 2026 beslissen. De ingebrekestelling van eiseres was daarom prematuur en het beroep is niet-ontvankelijk verklaard.
De rechtbank zag geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling en behandelde het beroep zonder zitting. Ook werd niet toegekomen aan het vaststellen van een eventuele bestuurlijke dwangsom. De uitspraak werd uitgesproken door rechter R.J.A. Schaaf op 16 september 2025.
Uitkomst: Het beroep van eiseres wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens prematuur ingediende ingebrekestelling.