ECLI:NL:RBDHA:2025:20688

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
5 november 2025
Publicatiedatum
6 november 2025
Zaaknummer
675283
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • H.F.R. van Heemstra
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevoegdheidsincident inzake intellectuele eigendom tussen Gluggle Jug c.s. en Inbound To Anglia

In deze zaak, die zich afspeelt in het kader van intellectuele eigendom, heeft de Rechtbank Den Haag op 5 november 2025 uitspraak gedaan in een bevoegdheidsincident. De eiseressen, Gluggle Jug c.s., bestaande uit de rechtspersonen Gluckigluck GmbH en The Gluggle Jug Factory Ltd., hebben een vordering ingesteld tegen de gedaagde, Inbound To Anglia Ltd., met betrekking tot inbreuk op het Gluggle Jug Merk. De rechtbank heeft vastgesteld dat zij bevoegd is om van de vorderingen kennis te nemen op basis van artikel 6 sub e van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) en artikel 125 lid 5 van de Europese Merkenverordening (UMVo). De eiseressen hebben gesteld dat Inbound To Anglia inbreuk maakt op hun merk door het aanbieden van producten die verwarring kunnen veroorzaken bij het publiek. De gedaagde heeft in het incident gevorderd dat de rechtbank zich onbevoegd verklaart voor de vorderingen die verder strekken dan het Nederlandse grondgebied en voor de merkenrechtelijke vorderingen. De rechtbank heeft geoordeeld dat de vorderingen van Gluggle Jug c.s. gegrond zijn op onrechtmatige daad en dat de rechtbank bevoegd is om van deze vorderingen kennis te nemen, aangezien de schade ook in Nederland is ingetreden. De rechtbank heeft de vorderingen van Inbound To Anglia afgewezen en de zaak verwezen naar de rol voor het nemen van een conclusie van antwoord aan de zijde van Inbound To Anglia.

Uitspraak

RECHTBANK Den Haag

Team handel
zaak-/ rolnummer: C/09/675283 / HA ZA 24-958
Vonnis in incident van 5 november 2025
in de zaak van
1. de rechtspersoon naar buitenlands recht
GLUCKIGLUCK GMBHte Berlijn, Duitsland,
2. de rechtspersoon naar buitenlands recht
THE GLUGGLE JUG FACTORY LTD.te Stoke-on-Trent, Verenigd Koninkrijk,
eiseressen in de hoofdzaak, verweersters in het bevoegdheidsincident,
advocaat: mr. D.M. Breuking te Utrecht,
tegen
de rechtspersoon naar buitenlands recht
INBOUND TO ANGLIA LTD,
te Southampton, Verenigd Koninkrijk,
gedaagde in de hoofdzaak, eiseres in het bevoegdheidsincident,
advocaat: mr. J.A. Jacobi te Den Haag.
Eiseressen in de hoofdzaak zullen hierna samen Gluggle Jug c.s. worden genoemd en afzonderlijk Gluckigluck en The Gluggle Jug Factory. Gedaagde in de hoofdzaak zal hierna Inbound To Anglia worden genoemd.

1.De procedure

1.1.
Het procesdossier bestaat uit de volgende stukken:
- de dagvaarding van 1 augustus 2024;
- de akte in het geding brengen producties met de producties EP01 tot en met EP20;
- de op 27 augustus 2025 door Inbound To Anglia ingediende incidentele conclusie houdende exceptie van onbevoegdheid;
- de op 24 september 2025 door Gluggle Jug c.s. ingediende conclusie van antwoord in incident met productie EP21.

2.De vordering in de hoofdzaak

2.1.
The Gluggle Jug Factory is een in het Verenigd Koninkrijk gevestigde producent en
distributeur van de hieronder afgebeelde Gluggle Jug, die zij aanbiedt in verschillende
varianten.
2.2.
In 2022 heeft The Gluggle Jug Factory intellectuele eigendomsrechten op de Gluggle Jug van Wade Ceramics Ltd. verkregen, waaronder de volgende merkregistratie (hierna: het Gluggle Jug Merk):
- het op 12 november 2020 aangevraagde en op 1 april 2021 ingeschreven Uniewoordmerk ‘Gluggle Jug’ met nummer 018337526 voor waren in klasse 21 voor onder meer drinkkruiken, vazen, karaffen.
2.3.
Gluckigluck is een Duitse onderneming met een exclusieve licentie om de Gluggle
Jug in Europa te verkopen en om het Gluggle Jug Merk te gebruiken in het economisch
verkeer voor de waren waarvoor het Gluggle Jug Merk is geregistreerd.
2.4.
Inbound To Anglia is een in het Verenigd Koninkrijk gevestigde onderneming gericht op detailhandel. Zij biedt onder meer via Amazon in verschillende landen, waaronder Nederland, de hieronder afgebeelde vaas aan in verschillende kleuren en maten en maakt daarbij gebruik van het teken ‘Bubble Jug’.
2.5.
Op 15 maart 2024 heeft Gluggle Jug c.s. via Amazon een proefaankoop gedaan bij Inbound To Anglia en geconstateerd dat het teken ‘TheBubbleJug’ op de vaas en de verpakking wordt gebruikt, zoals hieronder is afgebeeld. Bij brief van 27 maart 2024 heeft Gluggle Jug c.s. Inbound To Anglia gesommeerd het gebruik van het teken ‘Bubble Jug’ te staken. Bij brief van 3 april 2024 heeft Inbound To Anglia de inbreuk betwist, waarna Gluggle Jug c.s. onderhavige procedure is gestart.
2.6.
Gluggle Jug c.s. vordert in de hoofdzaak, samengevat weergegeven, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
I. een verklaring voor recht dat Inbound To Anglia inbreuk heeft gemaakt op het Gluggle Jug Merk;
II. een verklaring voor recht dat de vormgeving van de Bubble Jug kwalificeert als een onrechtmatige slaafse nabootsing van de Gluggle Jug;
III. een inbreukverbod op het Gluggle Jug Merk in Europa en een verbod op elk onrechtmatig handelen in Nederland;
IV. vernietiging van de voorraad;
V. een opgavebevel;
VI. primair winstafdracht en subsidiair schadevergoeding, op te maken bij staat;
VII. een dwangsom van € 5.000,- voor iedere overtreding van het onder II tot en met IV gevorderde en € 5.000,- voor iedere dag dat de overtreding voortduurt met een maximum van € 250.000,-;
VIII. een proceskostenveroordeling in de zin van artikel 1019h Rv [1] , te vermeerderen met de wettelijke rente.
2.7.
Gluggle Jug c.s. legt aan haar vorderingen – zakelijk weergegeven en voor zover hier van belang – ten grondslag dat Inbound To Anglia inbreuk maakt op het Gluggle Jug Merk in de zin van artikel 9 lid 2 sub a en b UMVo [2] door zonder haar toestemming bij het aanbieden van vazen gebruik te maken van de tekens ‘Bubble Jug’ en ‘The Bubble Jug’ die overeenstemmen met dan wel identiek zijn aan het Gluggle Jug Merk, waardoor verwarring kan ontstaan bij het publiek. Daarnaast voert Gluggle Jug c.s. aan dat de Bubble Jug een onrechtmatige slaafse nabootsing is van de Gluggle Jug, omdat de Gluggle Jug een eigen gezicht heeft op de markt en Inbound To Anglia met de Bubble Jug nodeloos verwarringsgevaar creëert. Tot slot voert Gluggle Jug c.s. aan dat Inbound To Anglia zich door het gebruik van de termen ‘glugging glug jug’, ‘gluggle’, ‘glug’ en ‘wade’ in haar advertentie schuldig maakt aan een oneerlijke en/of misleidende handelspraktijk in de zin van artikel 6:193b BW [3] en artikel 6:193c lid 2 sub a BW, omdat hierdoor verwarring wordt geschapen bij de consument.

3.De vordering in het incident

3.1.
Inbound To Anglia vordert in het incident dat de rechtbank, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad
I. zich onbevoegd verklaart om kennis te nemen van de vorderingen die gegrond zijn op onrechtmatige daad voor zover deze verder dan het Nederlandse grondgebied strekken;
II. zich algeheel onbevoegd verklaart om kennis te nemen van de vorderingen met een merkenrechtelijke grondslag;
III. Gluggle Jug c.s. veroordeelt in de kosten van dit incident in de zin van artikel 1019h Rv.
3.2.
Inbound To Anglia legt hieraan het volgende ten grondslag. Inbound To Anglia begrijpt dat Gluggle Jug c.s. de bevoegdheid van de rechtbank grondt op artikel 6 Rv en artikel 7 lid 2 Brussel I bis-Vo [4] . Volgens recente jurisprudentie is de bevoegdheid van de Nederlandse rechter bij die bevoegdheidsgrondslagen beperkt tot het Nederlandse grondgebied voor zover sprake is van vorderingen gegrond op onrechtmatige daad (zoals slaafse nabootsing en oneerlijke handelspraktijken). Wat betreft de vorderingen met een merkenrechtelijke grondslag betoogt Inbound To Anglia dat de bevoegdheid om van die vorderingen kennis te nemen niet gegrond kan worden op artikel 125 lid 5 UMVo, omdat het Hof van Justitie van de Europese Unie (HvJ) hiervoor een bepaalde gerichtheid op Nederland vereist, die in dit geval ontbreekt.
3.3.
Gluggle Jug c.s. voert verweer strekkende tot afwijzing van de incidentele vordering met veroordeling van Inbound To Anglia in de proceskosten in het incident op grond van artikel 1019h Rv.
3.4.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4.De beoordeling in het incident

4.1.
Voor zover de vorderingen van Gluggle Jug c.s. zijn gegrond op artikel 6:162 BW, is de rechtbank op grond van artikel 6 sub e Rv bevoegd om van die vorderingen kennis te nemen.
4.2.
Artikel 6 sub e Rv bepaalt dat bij zaken betreffende verbintenissen uit onrechtmatige daad mede bevoegd is de rechter van de plaats waar het schadebrengende feit zich heeft voorgedaan. Artikel 6 sub e Rv is ontleend aan het bepaalde in artikel 5 sub 3 EEX-Verdrag [5] (inmiddels artikel 7 lid 2 Brussel I bis-Vo). Voor de uitleg van het begrip “onrechtmatige daad” en “de plaats waar het schadebrengende feit zich heeft voorgedaan” zal de rechtbank dan ook bij laatstgenoemd artikel aanhaken en aansluiting zoeken bij de jurisprudentie van het HvJ daarover.
4.3.
Volgens vaste uitleg door het HvJ kan onder de plaats van het schadebrengende feit worden verstaan zowel de plaats waar de veroorzakende gebeurtenis zich heeft voorgedaan (het Handlungsort of
locus delicti/actus) als de plaats waar de schade is ingetreden (het Erfolgsort of
locus damni).
4.4.
Gluggle Jug c.s. heeft onbetwist aangevoerd dat de Bubble Jug, waarvan zij stelt dat Inbound To Anglia hiermee inbreuk maakt op het Gluggle Jug Merk, via www.amazon.nl wordt aangeboden. Nu deze website in Nederland vrij toegankelijk is en Gluggle Jug c.s. ook daadwerkelijk een aankoop heeft kunnen doen die bij haar is geleverd, is mogelijk (ook) schade ingetreden in Nederland (“Erfolgsort”). Het betoog van Inbound To Anglia dat geen sprake is van een actieve handeling door haar, omdat Amazon onder meer de advertentietekst automatisch heeft vertaald, treft geen doel nu vast is komen te staan dat eventuele schade mede is ingetreden in Nederland en het domein ‘.nl’ duidelijk gericht is op Nederland. Indien uit de bevoegdheidsregels volgt dat meer dan één rechtbank bevoegd is, staat het bovendien ter vrije beoordeling van de eisende partij om de zaak bij één van die rechtbanken aan te brengen.
4.5.
Gelet op bovenstaande is deze rechtbank (internationaal en relatief) bevoegd om van de vorderingen van Gluggle Jug c.s. kennis te nemen. Uit het bevoegdheidsincident blijkt niet dat Inbound To Anglia de (internationale en relatieve) bevoegdheid van deze rechtbank om kennis te nemen van de vorderingen van Gluggle Jug c.s., met als grondslag onrechtmatige daad, op enige manier heeft betwist, te weten in de zin van artikel 11 of artikel 110 Rv. Zij betwist daarin slechts dat de bevoegdheid ten aanzien van die vorderingen verder strekt dan het Nederlandse grondgebied. De vraag over de territoriale reikwijdte van de bevoegdheid laat de rechtbank in dit incident onbeantwoord, nu de vorderingen van Gluggle Jug c.s. op grond van onrechtmatige daad zijn beperkt tot Nederland.
4.6.
Voor zover de vorderingen van Gluggle Jug c.s. zijn gegrond op inbreuk op het Gluggle Jug Merk, is de rechtbank op grond van de artikelen 123 lid 1, 124 aanhef en onder a en 125 lid 5 UMVo in verbinding met artikel 3 van de Uitvoeringswet EG-verordening inzake het Gemeenschapsmerk bevoegd om kennis te nemen van de vorderingen van Gluggle Jug c.s. met deze grondslag, nu de veronderstelde inbreuk (mede) heeft plaatsgevonden op Nederlands grondgebied, zoals hiervoor is overwogen. Volgens vaste uitleg door het HvJ wordt onder onrechtmatige daad immers mede begrepen inbreuk op een merkrecht.

5.De beoordeling in de hoofdzaak

5.1.
De hoofdzaak zal worden verwezen naar de rol over vier weken voor het nemen van een conclusie van antwoord aan de zijde van Inbound To Anglia.
5.2.
Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.

6.De beslissing

De rechtbank
in het incident
6.1.
wijst de vorderingen van Inbound To Anglia af;
6.2.
houdt de beslissing omtrent de kosten van het incident aan;
in de hoofdzaak
6.3.
verwijst de zaak naar de rol van woensdag 3 december 2025 voor het nemen van de conclusie van antwoord aan de zijde van Inbound To Anglia;
6.4.
houdt iedere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. H.F.R. van Heemstra, rechter, bijgestaan door mr. R.W.J. Slits, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 5 november 2025.

Voetnoten

1.Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.
2.Verordening (EU) 2017/1001 van het Europees Parlement en de Raad van 14 juni 2017 inzake het Uniemerk.
3.Burgerlijk Wetboek.
4.Verordening (EU) nr. 1215/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2012 betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken (herschikking).
5.Verdrag van Brussel van 1968 betreffende de rechterlijke bevoegdheid en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken.