ECLI:NL:RBDHA:2025:20678
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toewijzing verzoek proceskostenvergoeding na niet tijdige besluitvorming asielaanvraag
Verzoeker had beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit door de minister op zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De rechtbank had in een eerdere uitspraak bepaald dat de minister binnen twee weken na verzending van die uitspraak een besluit moest nemen.
De minister nam het besluit echter pas op 30 september 2025, ruim na de gestelde termijn. Naar aanleiding hiervan trok verzoeker zijn beroep in en verzocht om vergoeding van de proceskosten. De minister weigerde deze kosten te vergoeden.
De rechtbank oordeelde dat het beroep niet tijdig was ingetrokken, maar dat het procesbelang bleef bestaan zolang er geen besluit was genomen. De rechter stelde vast dat de rechterlijke dwangsom op 16 september 2025 was verbeurd, terwijl de minister toen nog geen besluit had genomen.
Gezien het feit dat de minister alsnog tegemoet was gekomen aan het beroep, kende de rechtbank verzoeker proceskosten toe. Omdat de zaak van licht gewicht was en verzoeker een professionele hulpverlener had ingeschakeld, werd een wegingsfactor van 0,5 toegepast, resulterend in een proceskostenvergoeding van €453,50.
De uitspraak werd gedaan door rechter R.J.A. Schaaf en griffier A.W. van Eerden op 31 oktober 2025.
Uitkomst: De minister wordt veroordeeld tot betaling van €453,50 aan proceskosten aan verzoeker wegens niet tijdig nemen van een besluit op de asielaanvraag.