ECLI:NL:RBDHA:2025:20670
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Asielaanvraag niet-ontvankelijk verklaard wegens internationale bescherming in Italië
Eiser, een Eritrese nationaliteit dragende persoon, diende op 16 juli 2023 een asielaanvraag in Nederland in. Verweerder verklaarde deze aanvraag niet-ontvankelijk op grond van artikel 30a, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000, omdat eiser reeds internationale bescherming geniet in Italië, een lidstaat van de Europese Unie.
Eiser voerde aan dat terugkeer naar Italië onveilig is vanwege familie die zijn geaardheid niet accepteert en dat hij risico loopt op dakloosheid en gebrek aan bescherming door autoriteiten. Tevens stelde hij dat het vertrouwen was gewekt dat zijn asielprocedure in Nederland inhoudelijk zou worden behandeld. Deze argumenten werden door de rechtbank niet gegrond verklaard.
De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht uitgaat van het interstatelijk vertrouwensbeginsel, dat inhoudt dat een lidstaat mag vertrouwen op de internationale bescherming die een andere lidstaat verleent. Eiser slaagde er niet in aannemelijk te maken dat dit vertrouwensbeginsel niet van toepassing is in zijn situatie.
De rechtbank concludeerde dat de niet-ontvankelijkverklaring terecht is en verklaarde het beroep ongegrond. Eiser krijgt geen vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de niet-ontvankelijkheid van de asielaanvraag.