ECLI:NL:RBDHA:2025:20669
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens onvoldoende bewijs van vervolgingsgevaar in Kazachstan en China
Eiser, een Kazachse staatsburger van Chinese afkomst, diende op 3 juli 2022 een asielaanvraag in met het verzoek bescherming te bieden tegen discriminatie en mogelijke uitlevering aan China vanwege zijn politieke overtuiging en deelname aan protesten.
De minister wees de aanvraag op 7 juni 2024 af omdat eiser onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat hij een reëel risico loopt op vervolging of discriminatie die asiel rechtvaardigt. De rechtbank behandelde het beroep op 9 oktober 2025 en concludeerde dat hoewel de discriminatie vanwege Chinese afkomst en politieke overtuiging geloofwaardig is, eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij daadwerkelijk gevaar loopt.
De rechtbank motiveerde dat eiser legaal Kazachstan heeft verlaten, slechts een marginale rol had bij protesten, geen bewijs leverde van financiële steun aan activisten, en dat de Kazachse autoriteiten niet op de hoogte zijn van zijn demonstraties in Nederland. Ook werd geoordeeld dat de Chinese autoriteiten hem niet zullen uitleveren aangezien hij afstand heeft gedaan van de Chinese nationaliteit.
Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en eiser kreeg geen proceskostenvergoeding. De uitspraak werd gedaan door rechter M.J. Schouw op 5 november 2025.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard.