Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
- wijst het verzoek om voorlopige voorziening af;
- veroordeelt de minister tot betaling van een bedrag van € 907,- aan proceskosten aan verzoeker.
Rechtbank Den Haag
Verzoeker heeft een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd aangevraagd, welke door de minister van Asiel en Migratie op 22 januari 2025 is afgewezen als kennelijk ongegrond. Verzoeker stelde beroep in tegen dit besluit en vroeg tevens om een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter behandelde het verzoek samen met het beroep op 16 september 2025.
Op 20 oktober 2025 deed de rechtbank uitspraak op het beroep (zaaknummer NL25.4342) en verklaarde dit gegrond. Hierdoor was een voorlopige voorziening niet langer nodig, waarna het verzoek om voorlopige voorziening werd afgewezen. Omdat het beroep gegrond werd verklaard, veroordeelde de voorzieningenrechter de minister tot betaling van proceskosten aan verzoeker.
De proceskostenvergoeding werd vastgesteld op € 907,- conform het Besluit proceskosten bestuursrecht, waarbij rekening werd gehouden met het indienen van het verzoekschrift en de gelijktijdige zitting. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.
Uitkomst: Verzoek om voorlopige voorziening afgewezen; minister veroordeeld tot betaling van € 907,- aan proceskosten.