Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
geboren op [geboortedatum] 2009 te [geboorteplaats] ,
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.De tenlastelegging
2. hetzelfde feit als feit 1, door middel van inklimming.
3.De bewijsbeslissing
)van het ten laste gelegde vrijspreken.
4.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
dagvaarding I onder 1 en 2 en bij dagvaarding II onder 1bewezenverklaarde is volgens de wet strafbaar, omdat er geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.
dagvaarding II onder 2bewezenverklaarde wordt de verdachte verweten dat hij aldaar wederrechtelijk
heeft verblevendoor inklimming, hetgeen de rechtbank ook bewezen acht. De rechtbank is echter van oordeel dat dit bewezenverklaarde feit niet te kwalificeren is onder artikel 138aa lid 2 van het Wetboek van Strafrecht, aangezien in dit artikel de
toegang verschaffendoor middel van inklimming strafbaar is gesteld.
5.De strafbaarheid van de verdachte
6.De op te leggen straffen
De rechtbank neemt hierbij in het bijzonder het volgende in aanmerking.
Vanwege de ernst van de feiten adviseert de Raad daarnaast de oplegging van een onvoorwaardelijke taakstraf in de vorm van een werkstraf.
,is de rechtbank van oordeel dat er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat de verdachte wederom een dergelijk misdrijf zal begaan. Daarom zal de rechtbank bevelen dat de hierna op grond van artikel 77z van het Wetboek van Strafrecht te stellen voorwaarden en het op grond van artikel 77aa van het Wetboek van Strafrecht uit te oefenen toezicht, dadelijk uitvoerbaar zijn.
7.De inbeslaggenomen voorwerpen
8.De toepasselijke wetsartikelen
9.Bijlagen
10.De beslissing
jeugddetentievoor de duur van
290 (tweehonderdnegentig) DAGEN;
een gedeelte van deze jeugddetentie, groot 120 dagen,
niet ten uitvoer zal worden gelegdals de veroordeelde zich voor het einde van de hierbij op
twee jarenvastgestelde proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;
.meewerkt aan de begeleiding door/vanuit het coachingstraject E25, en zich houdt aan de afspraken die daarbij met hem worden gemaakt;
taakstraf, bestaande uit een
werkstraf, zijnde het verrichten van onbetaalde arbeid, voor de duur van
100 (honderd) UREN;
50 (vijftig) DAGEN;