Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser], eiser
de minister van Asiel en Migratie, verweerder.
Inleiding
Beoordeling door de rechtbank
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zijn asielaanvraag van 17 september 2024. De rechtbank beoordeelt dit beroep buiten zitting op grond van artikel 8:54, eerste lid, van de Awb.
De wettelijke beslistermijn voor asielaanvragen bedraagt zes maanden, wat in dit geval neerkomt op 17 maart 2025. Echter, vanwege het Besluit tot instelling van het besluitmoratorium voor vreemdelingen afkomstig uit Syrië, was deze termijn opgeschort van 14 december 2024 tot en met 13 juni 2025. Hierdoor werd de beslistermijn hervat op 14 juni 2025 en liep deze tot 17 september 2025.
Eiser diende een ingebrekestelling in op 25 juni 2025, terwijl de beslistermijn nog niet verstreken was. Volgens artikel 6:12, tweede lid, Awb kan een beroepschrift pas worden ingediend nadat twee weken zijn verstreken sinds ontvangst van een ingebrekestelling en de beslistermijn is verstreken. Daarom is het beroep kennelijk niet-ontvankelijk verklaard.
De rechtbank ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling en verklaart het beroep niet-ontvankelijk. De uitspraak is gedaan door rechter M.L. Weerkamp op 4 november 2025.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet tijdig beslissen op de asielaanvraag is niet-ontvankelijk verklaard wegens prematuur ingediende ingebrekestelling tijdens het besluitmoratorium.