ECLI:NL:RBDHA:2025:20580

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
4 november 2025
Publicatiedatum
5 november 2025
Zaaknummer
NL25.45037
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:5 AwbArt. 6:6 AwbArt. 8:54 AwbArt. 30, eerste lid, Vreemdelingenwet 2000Art. 8.9, tweede lid, Procesreglement bestuursrecht rechtbanken
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep niet-ontvankelijk wegens niet tijdig indienen gronden van beroep in asielzaak Dublin Kroatië

Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie om zijn asielaanvraag niet in behandeling te nemen, omdat Kroatië verantwoordelijk is volgens het Dublin-verdrag. De rechtbank constateerde dat het beroepschrift geen gronden van beroep bevatte, wat een vereiste is volgens de Algemene wet bestuursrecht (Awb).

De rechtbank heeft eiser de mogelijkheid gegeven om de gronden alsnog binnen een gestelde termijn in te dienen, maar deze werden te laat ingediend. Eiser heeft betoogd dat de termijn tot 27 september 2025 liep, terwijl de rechtbank oordeelde dat de termijn tot 26 september 2025 liep en dat het verzuim niet verschoonbaar is.

Hierdoor verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk en wijst zij het verzoek om proceskostenvergoeding af. De uitspraak is gedaan zonder zitting op 4 november 2025 door rechter K.M. de Jager.

Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet tijdig indienen van de gronden van beroep.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.45037

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser], eiser,

V-nummer: [V-nummer]
(gemachtigde: mr. R. Deniz),
en

de minister van Asiel en Migratie, verweerder.

Procesverloop

Bij het besluit van 16 september 2025 (het bestreden besluit) heeft verweerder de asielaanvraag van eiser niet in behandeling genomen, omdat Kroatië verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan. [1]
Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
Omdat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is, doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.

Overwegingen

1. Op grond van artikel 6:5, eerste lid, aanhef en onder d, van de Awb bevat het beroepschrift de gronden van beroep. Indien niet is voldaan aan artikel 6:5 van Pro de Awb, kan ingevolge artikel 6:6 van Pro de Awb het beroep niet-ontvankelijk worden verklaard, mits de indiener de gelegenheid heeft gehad het verzuim te herstellen binnen een hem daartoe gestelde termijn.
2. Eiser heeft geen gronden van beroep vermeld in het beroepschrift van 17 september 2025. De rechtbank heeft eiser om deze reden bij bericht van (vrijdag) 19 september 2025 verzocht om de gronden alsnog binnen vijf werkdagen (dus uiterlijk op vrijdag 26 september 2025) in te dienen. Daarbij is aan eiser medegedeeld dat het beroep anders niet-ontvankelijk kan worden verklaard. Er zijn daarop gronden van beroep ingediend door eiser op (zaterdag) 27 september 2025. Vervolgens heeft de rechtbank eiser op 16 oktober 2025 de gelegenheid geboden om toe te lichten waarom de gronden van beroep niet tijdig zijn ingediend. Op 17 oktober 2025 heeft de gemachtigde van eiser gemeld dat uit de onderwerpregel van het verzuimbericht volgt dat de vervaldatum van het herstellen van het verzuim 27 september 2025 is. De gronden van beroep zijn op deze datum ingediend door gemachtigde.
3. De rechtbank is van oordeel dat niet is gebleken dat het verzuim verschoonbaar is. Uit de berichtgeving van 16 oktober 2025 volgt dat de termijn vijf werkdagen is. [2] De laatste dag voor het herstellen van dit verzuim was 26 september 2025. De mogelijkheid tot herstel van verzuim is komen te vervallen op 27 september 2025. Het beroep is daarom kennelijk niet-ontvankelijk.
4. Eiser krijgt geen vergoeding van zijn proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan op 4 november 2025 door mr. K.M. de Jager, rechter, in aanwezigheid van A.S.J.I. Hendrickx, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op
www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Informatie over verzet
Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.

Voetnoten

1.Op grond van artikel 30, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw).
2.Dit volgt ook uit artikel 8.9, tweede lid, van het Procesreglement bestuursrecht rechtbanken per 1 juli 2025.