ECLI:NL:RBDHA:2025:20468
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen afwijzing asielaanvraag
Verzoeker heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de minister van Asiel en Migratie op 26 september 2025 in de verlengde procedure als kennelijk ongegrond is afgewezen. Verzoeker heeft tegen dit besluit beroep ingesteld en tegelijkertijd een verzoek om voorlopige voorziening ingediend bij de voorzieningenrechter.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek om voorlopige voorziening zonder zitting behandeld en daarbij overwogen dat op dezelfde dag een uitspraak is gedaan in de hoofdzaak (zaaknummer NL25.47988). Hierdoor is een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk.
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af en ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is openbaar gemaakt en er staat geen hoger beroep of verzet open tegen deze beslissing conform artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de afwijzing van de asielaanvraag is afgewezen.