ECLI:NL:RBDHA:2025:20465

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
4 november 2025
Publicatiedatum
4 november 2025
Zaaknummer
NL25.27025
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing voorlopige voorziening bij beroep tegen afwijzing verblijfsvergunning zelfstandige

Verzoeker, een Britse nationaliteit houdende persoon, heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning regulier met als doel arbeid als zelfstandige. De minister van Asiel en Migratie heeft deze aanvraag op 24 maart 2025 afgewezen. Na bezwaar op 3 juni 2025 heeft de minister het besluit gehandhaafd.

Verzoeker heeft vervolgens beroep ingesteld tegen deze afwijzing en daarbij een voorlopige voorziening gevraagd. De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 22 oktober 2025 behandeld in aanwezigheid van partijen en hun gemachtigden.

De rechtbank heeft op dezelfde dag uitspraak gedaan in de hoofdzaak en het beroep ongegrond verklaard. Gezien deze uitspraak is een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk. Daarom wijst de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening af. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter M. Munsterman en griffier V. Vegter en is openbaar gemaakt op 4 november 2025. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat het beroep in de hoofdzaak ongegrond is verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.27025

uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[naam] , verzoeker,

geboren op [geboortedatum]
van Britse nationaliteit,
V-nummer: [v-nummer] ,
(gemachtigde: mr. F.A. Broersma),
en

de minister van Asiel en Migratie, de minister

(gemachtigde: mr. G. Dreijer).

Inleiding

1. Verzoek heeft een aanvraag ingediend tot het verlenen van een verblijfsvergunning regulier met als verblijfsdoel ‘arbeid als zelfstandige’. De minister heeft deze aanvraag met het besluit van 24 maart 2025 afgewezen. Met het bestreden besluit van 3 juni 2025 op het bezwaar van verzoeker is de minister bij de afwijzing van de aanvraag gebleven. Verzoeker heeft hiertegen beroep ingesteld en de voorzieningenrechter gevraagd om een voorlopige voorziening te treffen.
1.1.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 22 oktober 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: verzoeker, de gemachtigde van verzoeker, een tolk en de gemachtigde van de minister. De voorzieningenrechter heeft het onderzoek op de zitting gesloten.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

2. Bij uitspraak van vandaag, in de zaak NL25.27024, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Het beroep is daarbij ongegrond verklaard. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.
3. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Munsterman, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. V. Vegter, griffier, en openbaar gemaakt door middel van gepseudonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
Deze uitspraak is openbaar gemaakt en bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.