ECLI:NL:RBDHA:2025:20451
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Gegrond beroep tegen niet tijdig beslissen over machtiging tot voorlopig verblijf nareis
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op de aanvraag om verlening van een machtiging tot voorlopig verblijf in het kader van nareis voor meerdere personen. De rechtbank had eerder op 22 november 2024 het eerste beroep gegrond verklaard en de minister opgedragen binnen acht weken een besluit te nemen, met een mogelijke verlenging tot twintig weken bij nader onderzoek.
Ondanks deze uitspraak heeft de minister nog geen besluit genomen en ook geen nader onderzoek aangekondigd. Eiser stelde daarom op 11 juni 2025 een nieuw beroep in wegens wederom niet tijdig beslissen. De rechtbank verklaart dit beroep ontvankelijk en gegrond en wijst het verzoek van de minister om een nieuwe beslistermijn van acht weken af.
De rechtbank draagt de minister op binnen twee weken na deze uitspraak alsnog een besluit te nemen en legt een dwangsom op van € 200 per dag met een maximum van € 15.000. Tevens worden de proceskosten en het griffierecht aan eiser vergoed. De rechtbank benadrukt dat de eerder opgelegde dwangsom onvoldoende prikkel bleek om tijdig te beslissen.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond en draagt de minister op binnen twee weken een besluit te nemen onder oplegging van een dwangsom.