Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen van de minister op zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De aanvraag is op 23 april 2024 ontvangen, waarna de minister zes maanden had om te beslissen. Eiser stelde de minister op 21 juli 2025 schriftelijk in gebreke, waarna het beroep werd ingediend.
De rechtbank oordeelt dat de minister niet tijdig heeft beslist en verklaart het beroep gegrond. De minister wordt opgedragen binnen acht weken na verzending van deze uitspraak een nader gehoor af te nemen over de asielmotieven en binnen acht weken daarna een besluit te nemen. Tevens wordt een dwangsom van €100 per dag opgelegd voor elke dag dat de minister de termijn overschrijdt, met een maximum van €15.000.
Daarnaast wordt de minister veroordeeld in de proceskosten van eiser, vastgesteld op €453,50, vanwege de inschakeling van professionele juridische hulp. De uitspraak is gedaan door rechter O. Veldman en griffier C.A.A.W. van der Heijden op 16 oktober 2025.