ECLI:NL:RBDHA:2025:20407

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
24 oktober 2025
Publicatiedatum
4 november 2025
Zaaknummer
C/09/692558 / FA RK 25-7491
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:1 lid 5 WvggzArt. 6:4 Wvggz
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlening aansluitende zorgmachtiging voor betrokkene met schizofrenie

De rechtbank Den Haag behandelde het verzoek van de officier van justitie tot het verlenen van een aansluitende zorgmachtiging op grond van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) ten aanzien van betrokkene, geboren in 1977. Betrokkene betwist de diagnose schizofrenie en verzocht om een second opinion, maar de rechtbank acht de diagnose voldoende vastgesteld op basis van een onafhankelijke medische verklaring en de visie van behandelaren.

Ter zitting werd betrokkene bijgestaan door zijn advocaat die stelde dat er geen sprake is van een psychische stoornis en dat de diagnose mogelijk op eerdere fouten is gebaseerd. De ambulant psychiatrisch hulpverlener bevestigde echter de diagnose en benadrukte het belang van voortzetting van medicatie en behandeling, mede vanwege dreigend gedrag en medicatie-ontrouw.

De rechtbank concludeerde dat de psychische stoornis voldoende is vastgesteld en dat er geen aanleiding is om de diagnose via contra-expertise te herbeoordelen. Gezien het ernstig nadeel dat voortvloeit uit de stoornis, waaronder dreigend gedrag en het ontbreken van ziekte-inzicht, achtte de rechtbank verplichte zorg noodzakelijk. De zorgmachtiging werd verleend met diverse maatregelen, waaronder medicatie, medische controles, bewegingsbeperkingen en opname, voor de duur tot 24 oktober 2026.

Uitkomst: De rechtbank verleent een aansluitende zorgmachtiging voor betrokkene tot 24 oktober 2026 met diverse verplichte zorgmaatregelen.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Team Jeugd- en Zorgrecht
Zaak-/rekestnr.: C/09/692558 / FA RK 25-7491
Datum beschikking: 24 oktober 2025

Aansluitende machtiging tot het verlenen van verplichte zorg

Beschikkingnaar aanleiding van het door de officier van justitie ingediende verzoek tot het verlenen van een aansluitende zorgmachtiging als bedoeld in artikel 6:4 van Pro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz), ten aanzien van:

[betrokkene] ,

hierna te noemen: betrokkene,
geboren op [geboortedatum] 1977 te [geboorteplaats] ,
wonende te [woonplaats] ,
advocaat: mr. M.J. de Jongh te Leiden.

ProcesverloopBij verzoekschrift, ingekomen ter griffie op 6 oktober 2025, heeft de officier van justitie verzocht om een aansluitende zorgmachtiging.

Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:
- een op 2 oktober 2025 ondertekende medische verklaring van [naam 1] , psychiater, die betrokkene heeft onderzocht maar niet bij de behandeling betrokken was;
- een blanco zorgkaart;
- een zorgplan van 19 september 2025;
- de bevindingen van de geneesheer-directeur van 6 oktober 2025;
- een uittreksel uit de justitiële documentatie;
- een brief van de officier van justitie van 4 september 2025, waaruit blijkt dat er ten aanzien van betrokkene geen recente politiemutaties zijn.
De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 24 oktober 2025. Daarbij zijn gehoord:
- betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat;
- de ambulant psychiatrisch hulpverlener, mevrouw [naam 2] ;
- de GZ- psycholoog, mevrouw [naam 3] .
Omdat door de officier van justitie een nadere toelichting op of motivering van het verzoek niet nodig werd geacht en het de rechtbank ter zitting is gebleken dat diens aanwezigheid ook niet noodzakelijk was om tot een inhoudelijke beslissing te kunnen komen, is de officier van justitie niet gehoord.

Standpunten ter zitting

Door en namens betrokkene is ter zitting naar voren gebracht dat de diagnose schizofrenie niet juist is. Betrokkene stelt dat hij al twee jaar bewijs heeft (waaronder een brief van het CBR en van het UMCU) waaruit blijkt dat hij niet in wanen leeft. Betrokkene heeft de wens om de medicatie af te bouwen onder begeleiding van de GGZ en hoopt op een overstap naar Fivoor. Volgens betrokkene zijn de verklaringen van de politie en de huisarts dat betrokkene hen heeft bedreigd, onjuist.
De advocaat heeft ter zitting verklaard dat betrokkene de diagnose bestrijdt en er geen sprake is van een psychische stoornis. Het is de advocaat opgevallen dat de onafhankelijke psychiater zich baseert op bestaande gegevens. Daardoor valt er niet uit te sluiten dat de onafhankelijke psychiater oordeelde op basis van eerdere conclusies, waardoor fouten herhaald kunnen worden. De advocaat kan zich voorstellen dat dat een frustrerende situatie is voor betrokkene. Omdat er niet wordt voldaan aan de criteria van de stoornis, is het ernstig nadeel niet meer van belang volgens de advocaat. Primair verzoekt de advocaat de rechtbank het verzoek aan te houden en een second opinion te gelasten op grond van artikel 6:1 lid 5 Wvggz Pro. Subsidiair is er verzocht om de zorgmachtiging voor drie tot maximaal zes maanden toe te wijzen, zodat betrokkene zelf een second opinion kan opstellen.
De ambulant psychiatrisch hulpverlener heeft ter zitting verklaard dat zij sinds juni 2025 betrokken is bij de behandeling van betrokkene. Er is sprake geweest van verbale agressie en andere dreigende momenten. Betrokkene doet waarschuwingen die dreigend voelen, terwijl hij dat niet zo bedoelt. Betrokkene heeft de wens uitgesproken voor een behandeling bij Fivoor en de overname is in gang gezet. De diagnose schizofrenie wordt nog gehanteerd en het is niet de verwachting dat betrokkene een vrijwillige behandeling zal accepteren. De voortzetting van de behandeling en de inname van medicatie is belangrijk omdat betrokkene dan minder dreigend is. In september was de spiegel clozapine laag, hetgeen wijst op medicatie-ontrouw. Daarnaast wordt er gekeken naar de witte bloedlichaampjes om te kijken of de dosering juist is. Het idee was aanvankelijk om vaker huisbezoeken af te leggen bij betrokkene, maar hij heeft aangegeven hier niet voor open te staan. De behandelaren hopen dat Fivoor de zorg over kan nemen, zodat betrokkene zijn behandeling beter zal accepteren.

Beoordeling

Op 8 mei 2025 is door de rechtbank een zorgmachtiging verleend voor de duur van zes maanden, tot en met 8 november 2025.
Blijkens de overgelegde stukken en het behandelde ter zitting, is door de behandelaren van betrokkene vastgesteld dat bij betrokkene al langere tijd sprake is van schizofrenie van het paranoïde type. Deze diagnose volgt eveneens uit de medische verklaring die door de onafhankelijk psychiater is opgesteld. Betrokkene betwist de gestelde diagnose. Zijn klachten kunnen volgens hem worden verklaard doordat hij slachtoffer is van de Munchhousen by Proxy stoornis van zijn moeder, in welk kader hij, zo stelt hij, jarenlang gedrogeerd is en als gevolg daarvan psychotisch is geworden.
De rechtbank is van mening dat de psychische stoornis van betrokkene voldoende is vast komen te staan op basis van de stukken. De rechtbank ziet geen aanleiding om te twijfelen aan de gestelde diagnose in de medische verklaring, nu deze is vastgesteld door de onafhankelijke psychiater, die terzake deskundig wordt geacht. In dit geval heeft de psychiater in zijn medische verklaring verantwoord op welke gronden hij tot de slotsom is gekomen dat de overtuigingen van betrokkene als een paranoïde waan moeten worden gezien en hij geen aanleiding ziet om te twijfelen aan de diagnose schizofrenie.
Er zijn onvoldoende concrete omstandigheden gesteld op grond waarvan zou kunnen worden vermoed dat deze diagnose niet juist zou zijn. De verwijzing naar de brief van UMCU acht de rechtbank daartoe onvoldoende, nu deze brief enkel beschrijft dat betrokkene af zag van het doen van een second opinion, omdat de te verkrijgen informatie die nodig is voor het doen van een second opinion onderzoek volgens hem gebaseerd zou zijn op misleidende informatie en belangen van derden.
In de verwijzing naar de brief van GGZ Rivierduinen aan CBR ziet de rechtbank evenmin aanleiding om te twijfelen aan het onderzoek van de psychiater. Anders dan betrokkene, leidt de rechtbank uit deze brief niet af dat er geen sprake zou zijn van een psychose, waan of schizofrenie, nu deze brief vooral een weergave bevat van hetgeen betrokkene zelf verteld heeft en met name ziet op de rijvaardigheid van betrokkene en niet op zijn diagnose.
Daarnaast betrekt de rechtbank bij haar afweging het gegeven dat de behandelend ambulant psychiatrisch verpleegkundige ter zitting de diagnose onderschreef.
Nu de psychische stoornis voldoende is vast komen te staan op basis van de voorhanden zijnde informatie zal de rechtbank het verweer van de advocaat – voor zover dat ziet op de betwisting van de stoornis – passeren. In het licht van het door betrokkene en zijn advocaat gevoerde verweer in samenhang met de visie van de behandelaren ziet de rechtbank evenmin aanleiding om de juistheid van de gestelde diagnose door middel van een contra-expertise opnieuw te laten beoordelen. Het verzoek van betrokkene zal dan ook worden afgewezen.
Een en ander neemt niet weg dat het betrokkene vrij staat om bij een andere psychiater, niet zijnde zijn behandelaar, om een second opinion te vragen
Deze stoornis leidt tot ernstig nadeel, gelegen in:
- levensgevaar;
- ernstig lichamelijk letsel;
- ernstige psychische schade;
- ernstige immateriële schade;
- maatschappelijke teloorgang;
- de situatie dat betrokkene met hinderlijk gedrag agressie van anderen oproept;
- de situatie dat de algemene veiligheid van personen of goederen in gevaar is.
Er bestaat een reële kans dat betrokkene zich zal onttrekken aan de behandeling en de voorgeschreven medicatie niet in zal nemen, omdat het ziektebesef en- inzicht volledig ontbreken. Betrokkene bouwde in 2024 zelf zijn medicatie af, omdat hij het niet eens was met de diagnose schizofrenie. Enkele maanden later werd hij vanwege een psychotische decompensatie opgenomen met een crisismaatregel. Betrokkene toont geen intrinsieke motivatie om medicatie te gebruiken. Hij zegt dit voorlopig te gebruiken totdat de rechter een uitspraak heeft gedaan. Recent laboratoriumonderzoek wijst mogelijk op medicatie-ontrouw. Betrokkene heeft zich dreigend en dwingend opgesteld richting de huisarts. Ook heeft hij gedreigd zijn ouders te zullen vermoorden en is hij dreigend agressief geweest tijdens de opname. Daarnaast geeft hij aan dat hij hulpverleners zal aanklagen die mogelijk strafbare feiten hebben gepleegd in zijn optiek. De ouders van betrokkene hebben een tijd ondergedoken gezeten vanwege de dreigementen van betrokkene. Betrokkene is over het hek van de politie geklommen en heeft de politie beticht van corruptie. Daarbij heeft hij naar de politie toe ook dreigementen richting zijn ouders geuit. De politie is hierdoor extra alert richting betrokkene. Betrokkene werkt op dit moment niet volledig, deels vanwege zijn psychische gesteldheid en deels omdat hij recent behandeling heeft ondergaan vanwege darmkanker. Aanhoudende psychiatrische problematiek zal zijn functioneren op het werk onder druk zetten.
De overtuigingen van betrokkene worden op basis van de beschikbare gegevens geduid als een sterke paranoïde waan. Betrokkene is zeer gedreven om zijn gelijk te bewijzen en heeft laten zien dat hij in staat is om dingen te doen die hij zelf vanzelfsprekend vindt, maar die door anderen als zeer zorgelijk worden gezien. Betrokkene lijkt zich hier niet van bewust te zijn.
Om het ernstig nadeel af te wenden, de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren en de geestelijke gezondheid van betrokkene te herstellen zodanig dat hij zijn autonomie zoveel mogelijk herwint, heeft betrokkene zorg nodig.
Gebleken is dat er geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis zijn. Rondom de recente opname was er sprake van verzet. Bij een toename van psychotische symptomen zal hier hoogstwaarschijnlijk opnieuw sprake van zijn. Om die reden is verplichte zorg nodig.
De in het verzoekschrift genoemde vormen van zorg zijn gebaseerd op de medische verklaring, het zorgplan en het advies van de geneesheer-directeur. Deze vormen van verplichte zorg zijn door de rechtbank tijdens de mondelinge behandeling besproken.
Gelet op het voorgaande acht de rechtbank de volgende vormen van verplichte zorg zonder meer noodzakelijk om het ernstig nadeel af te wenden:
- toedienen van medicatie;
- verrichten medische controles;
- andere medische handelingen en therapeutische maatregelen;
- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen.
Daarnaast acht de rechtbank ook de volgende vormen van verplichte zorg noodzakelijk indien sprake is van decompensatie van het toestandsbeeld van betrokkene en/of het ernstig nadeel niet langer in het ambulante kader kan worden afgewend:
- beperken van de bewegingsvrijheid;
- insluiten;
- uitoefenen van toezicht op betrokkene;
- onderzoek aan kleding of lichaam;
- onderzoek van de woon- of verblijfsruimte op gedrag-beïnvloedende middelen en gevaarlijke voorwerpen;
- controleren op de aanwezigheid van gedrag-beïnvloedende middelen;
- opnemen in een accommodatie.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De voorgestelde verplichte zorg is bovendien evenredig en naar verwachting effectief. Uit de stukken blijkt verder dat bij het bepalen van de juiste zorg rekening is gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen, alsmede met de veiligheid van betrokkene.
Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in de Wvggz. De zorgmachtiging zal derhalve worden verleend.

Beslissing

De rechtbank:
verleent een zorgmachtiging ten aanzien van:

[betrokkene] ,

geboren op [geboortedatum] 1977 te [geboorteplaats] ,
inhoudende dat bij wijze van verplichte zorg in ieder geval de volgende maatregelen kunnen worden getroffen:
- toedienen van medicatie;
- verrichten medische controles;
- andere medische handelingen en therapeutische maatregelen;
- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen;
en daarnaast ook de volgende maatregelen indien sprake is van decompensatie van het toestandsbeeld van betrokkene en/of het ernstig nadeel niet langer in het ambulante kader kan worden afgewend:
- beperken van de bewegingsvrijheid;
- insluiten;
- uitoefenen van toezicht op betrokkene;
- onderzoek aan kleding of lichaam;
- onderzoek van de woon- of verblijfsruimte op gedrag-beïnvloedende middelen en gevaarlijke voorwerpen;
- controleren op de aanwezigheid van gedrag-beïnvloedende middelen;
- opnemen in een accommodatie;
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 24 oktober 2026;
Deze beschikking is gegeven door mr. H.J.M. Bellekom, rechter, bijgestaan door M. Gosses als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 24 oktober 2025.
De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 3 november 2025.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.