Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , eiserV-nummer: [V-nummer]
de minister van Asiel en Migratie, verweerder.
Inleiding
Beoordeling door de rechtbank
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
De eiser, met de Turkse nationaliteit, heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie om zijn asielaanvraag niet in behandeling te nemen. Dit besluit is gebaseerd op artikel 30, eerste lid, van de Vreemdelingenwet en de Dublinverordening, waarbij Zwitserland als verantwoordelijke lidstaat is aangewezen.
Eiser stelt dat Zwitserland zijn asielaanvraag heeft afgewezen ondanks bewijsstukken en vreest terugkeer naar zijn land van herkomst. De rechtbank overweegt dat Nederland op grond van het interstatelijk vertrouwensbeginsel mag uitgaan van de naleving van verdragsverplichtingen door Zwitserland, dat partij is bij het EVRM en het Handvest. Eiser moet aannemelijk maken dat er sprake is van systeemfouten in Zwitserland die leiden tot onmenselijke behandeling, hetgeen niet is gelukt.
De rechtbank wijst erop dat het risico op refoulement in Zwitserland niet verder onderzocht wordt in het kader van de Dublin-overdracht. Zwitserland garandeert de mogelijkheid tot een nieuw asielverzoek en een individuele beoordeling. De minister hoefde geen gebruik te maken van zijn bevoegdheid om de behandeling aan zich te trekken. Het beroep wordt kennelijk ongegrond verklaard en er is geen proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard.