ECLI:NL:RBDHA:2025:20367

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
30 oktober 2025
Publicatiedatum
4 november 2025
Zaaknummer
NL25.48703 NL25.48706
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Dublin-verdrag
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing voorlopige voorziening in asielzaak Dublin-verantwoordelijkheid Kroatië

Verzoekers hebben een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de minister van Asiel en Migratie niet in behandeling is genomen omdat Kroatië verantwoordelijk wordt geacht voor de behandeling van hun asielverzoek op grond van het Dublin-verdrag.

Tegen deze besluiten is beroep ingesteld en is tevens een verzoek om voorlopige voorziening ingediend. De voorzieningenrechter heeft de verzoeken samen met gerelateerde zaken op 21 oktober 2025 behandeld.

De rechtbank heeft geoordeeld dat nu in de hoofdzaak uitspraak is gedaan, een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk is en wijst daarom het verzoek af. Tevens is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter J.J. Catsburg en griffier S.N. Lekatompessij op 30 oktober 2025.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de hoofdzaak is behandeld en een voorlopige voorziening niet meer nodig is.

Uitspraak

uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht
zaaknummers: NL25.48703 en NL25.48706

uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaken tussen

[verzoeker] en [verzoekster], V-nummers: [V-nummer] en [V-nummer] , verzoekers,
mede namens hun minderjarige kind [minderjarige], V-nummer: [V-nummer] (gemachtigde: mr. S. Oukil),
en
de Minister van Asiel en Migratie, de minister (gemachtigde: mr. R.A. Mandersloot).

Procesverloop

Bij besluiten van 7 oktober 2025 (de bestreden besluiten) heeft de minister de aanvragen van verzoekers tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen op de grond dat Kroatië verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan.
Verzoekers hebben tegen de bestreden besluiten beroep ingesteld. Zij hebben verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzieningenrechter heeft de verzoeken, tezamen met de zaken NL25.48702 en NL25.48705, op 21 oktober 2025 op zitting behandeld. Verzoekers zijn verschenen, bijgestaan door hun gemachtigde. Als tolk is verschenen K. Koyuncu. De minister heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Overwegingen

1. Bij uitspraken van vandaag, zaaknummers NL25.48702 en NL25.48705, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op de beroepen. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst de verzoeken om die reden af.
2. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst de verzoeken om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.J. Catsburg, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van
S.N. Lekatompessij, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
30 oktober 2025

Documentcode: [Documentcode]

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.