Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaken tussen
mede namens hun minderjarige kind [minderjarige], V-nummer: [V-nummer] (gemachtigde: mr. S. Oukil),
Rechtbank Den Haag
Op 30 oktober 2025 heeft de voorzieningenrechter van de Rechtbank Den Haag uitspraak gedaan in de zaken NL25.48703 en NL25.48706, waarin verzoekers, een gezin met een minderjarig kind, een voorlopige voorziening vroegen in verband met hun asielaanvraag. De aanvragen waren door de Minister van Asiel en Migratie niet in behandeling genomen, omdat Kroatië als verantwoordelijk land voor de behandeling van de aanvragen werd aangemerkt. Verzoekers hebben tegen deze besluiten beroep ingesteld en vroegen de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening. Tijdens de zitting op 21 oktober 2025 zijn verzoekers verschenen, bijgestaan door hun gemachtigde, en was er een tolk aanwezig. De minister was vertegenwoordigd door zijn gemachtigde. De voorzieningenrechter heeft op dezelfde dag uitspraak gedaan in andere zaken die verband hielden met de asielaanvragen van verzoekers. Aangezien er inmiddels uitspraak was gedaan op de beroepen, was er geen noodzaak meer voor een voorlopige voorziening. De verzoeken zijn dan ook afgewezen. Tevens is er geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is openbaar gemaakt op 30 oktober 2025 en er staat geen hoger beroep of verzet open tegen deze beslissing.