De rechtbank Den Haag heeft op 22 september 2025 een beschikking uitgesproken waarbij een minderjarige, geboren in 2014, onder toezicht wordt gesteld van Stichting Jeugdbescherming west Haaglanden voor de duur van één jaar. Dit volgt op een verzoek van de Raad voor de Kinderbescherming vanwege ernstige bedreiging van de ontwikkeling van het kind door een conflictueuze situatie tussen de ouders.
De ouders hadden een affectieve relatie en woonden samen, maar zijn in conflict geraakt over de zorg en omgang met het kind. Het ouderschapsplan uit 2020 bepaalde dat het kind zijn hoofdverblijfplaats bij de moeder heeft en omgang met de vader in de weekenden plaatsvindt. Sinds februari 2025 heeft het kind de vader niet meer gezien, omdat de moeder de omgang heeft stopgezet uit bezorgdheid over het welzijn van het kind.
De Raad signaleert dat het kind veel last heeft van de spanningen tussen de ouders, dat de moeder angst en paniek ervaart in relatie tot de vader, en dat het kind stress en lichamelijke klachten ontwikkelt. De ouders kunnen niet tot afspraken komen en de communicatie is gebrekkig, wat de situatie verergert. De kinderrechter oordeelt dat de wettelijke criteria voor ondertoezichtstelling zijn vervuld en acht een ondertoezichtstelling noodzakelijk om de ontwikkeling van het kind te beschermen en hulpverlening te coördineren.
De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en kan binnen drie maanden door de betrokken partijen met tussenkomst van een advocaat worden aangevochten bij het gerechtshof Den Haag.