Op 23 oktober 2025 heeft de kinderrechter van de Rechtbank Den Haag uitspraak gedaan in de zaak betreffende de verlenging van de ondertoezichtstelling van een minderjarige, geboren in 2012. De kinderrechter heeft de zaak behandeld met gesloten deuren, waarbij de moeder en een vertegenwoordiger van de gecertificeerde instelling aanwezig waren. De moeder is belast met het ouderlijk gezag en de minderjarige woont bij haar. De kinderrechter heeft eerder op 28 oktober 2024 de ondertoezichtstelling al verlengd tot 31 oktober 2025. De gecertificeerde instelling heeft verzocht om een verdere verlenging van de ondertoezichtstelling voor een jaar, omdat de ontwikkeling van de minderjarige ernstig bedreigd wordt door de opvoedsituatie en de gedragsproblematiek van de minderjarige. De moeder heeft ingestemd met het verzoek, maar ervaart zelf ook problemen die haar opvoeding bemoeilijken. De kinderrechter heeft vastgesteld dat de zorgen over de minderjarige en de thuissituatie nog steeds aanwezig zijn en dat er een stabiele opvoedsituatie gecreëerd moet worden. De kinderrechter heeft daarom besloten de ondertoezichtstelling te verlengen tot 31 oktober 2026 en deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad verklaard. De beslissing is openbaar uitgesproken en kan door belanghebbenden worden aangevochten in hoger beroep.