ECLI:NL:RBDHA:2025:20282
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen last bestuursdwang verwijdering woonunits arbeidsmigranten
Verzoeker exploiteert een glastuinbouwbedrijf met woonunits voor arbeidsmigranten op meerdere percelen. Het college heeft last onder bestuursdwang opgelegd om deze woonunits binnen vier weken te verwijderen vanwege illegale bewoning. Verzoeker maakte bezwaar en vroeg om schorsing van deze besluiten via een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter oordeelt dat verzoeker geen gerechtvaardigd vertrouwen kon ontlenen aan eerdere correspondentie en overleg met het college dat handhaving zou uitblijven. De woonunits zijn niet gelegaliseerd en alternatieve huisvesting is niet beschikbaar gesteld. De begunstigingstermijn van vier weken is redelijk, mede omdat het college aannemelijk heeft gemaakt dat de arbeidsmigranten elders kunnen worden gehuisvest en de woonunits binnen die termijn kunnen worden verwijderd.
Verzoeker heeft onvoldoende onderbouwd waarom een langere termijn noodzakelijk zou zijn. De belangen van de bewoners en het bedrijf kunnen dit niet rechtvaardigen. De voorzieningenrechter wijst daarom de verzoeken af en schorst de bestuursdwangbesluiten niet. Deze uitspraak bindt niet in een eventueel bodemgeding.
Uitkomst: De verzoeken om voorlopige voorziening tegen de last onder bestuursdwang tot verwijdering van woonunits worden afgewezen.