Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam], eiser,
de minister van Asiel en Migratie, de minister,
Inleiding
Beoordeling door de rechtbank
Conclusie en gevolgen
Beslissing
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Rechtbank Den Haag
De minister heeft op 7 oktober 2025 een maatregel van bewaring opgelegd aan eiser op grond van artikel 59b, eerste lid, aanhef en onder d van de Vreemdelingenwet 2000, vanwege een gevaar voor de nationale veiligheid en openbare orde. Eiser heeft hiertegen beroep ingesteld, dat tevens als verzoek om schadevergoeding geldt. De rechtbank behandelde het beroep op 24 oktober 2025 via telehoor.
De rechtbank constateert dat eiser de procedure voorafgaand aan de inbewaringstelling niet heeft bestreden en stelt vast dat de minister voldoende heeft gemotiveerd dat eiser een actuele en ernstige bedreiging vormt. Dit is gebaseerd op zijn eerdere veroordeling voor productie van harddrugs, zijn ontkenning en gebrek aan spijt, zijn aanzienlijke schulden en het feit dat hij zijn leven niet heeft gebeterd tijdens detentie.
De rechtbank oordeelt dat geen minder ingrijpende maatregelen dan bewaring effectief zijn en dat er geen persoonlijke omstandigheden zijn die een lichtere maatregel rechtvaardigen. Daarom verklaart de rechtbank het beroep ongegrond en wijst het verzoek om schadevergoeding af. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.