ECLI:NL:RBDHA:2025:20243

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
29 oktober 2025
Publicatiedatum
31 oktober 2025
Zaaknummer
AWB 23/10119
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 6:5 AwbArt. 6:6 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid beroep tegen ingetrokken terugkeerbesluit wegens ontbreken beroepsgronden

De rechtbank Den Haag heeft op 29 oktober 2025 uitspraak gedaan in de bestuursrechtelijke zaak waarin eiseres beroep instelde tegen een terugkeerbesluit van 17 augustus 2023. De rechtbank oordeelde dat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk was omdat eiseres de gronden van haar beroep niet had vermeld in het beroepschrift.

Eiseres werd per aangetekende brief verzocht om binnen vier weken de ontbrekende beroepsgronden aan te vullen. Deze brief werd op 2 januari 2024 bezorgd, maar eiseres heeft hier geen gehoor aan gegeven. Bovendien trok de minister van Asiel en Migratie het bestreden besluit op 9 februari 2024 in, waarna eiseres ook niet reageerde op een verzoek om mee te delen of zij het beroep wilde handhaven.

De rechtbank concludeerde dat er geen verontschuldiging voor het verzuim was en verklaarde het beroep niet-ontvankelijk zonder inhoudelijke behandeling. Er werd geen proceskostenvergoeding toegekend. De uitspraak werd gedaan door rechter J. Holleman en griffier H.S. van Wessel.

Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van beroepsgronden en het niet tijdig herstellen daarvan.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Bestuursrecht
zaaknummer: AWB 23/10119

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 29 oktober 2025 in de zaak tussen

[eiseres] , V-nummer: [v-nummer] , eiseres

en
de minister van Asiel en Migratie [1] , verweerder.

Inleiding

1. In deze uitspraak beslist de rechtbank over het beroep van eiseres tegen het bestreden besluit van 17 augustus 2023.
1.1.
Omdat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is, doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.

Beoordeling door de rechtbank

2. De rechtbank komt tot het oordeel dat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is omdat eiseres de gronden van het beroep niet heeft vermeld en dat verzuim niet tijdig heeft hersteld. De rechtbank legt hierna uit hoe zij tot dit oordeel komt.
Toetsingskader
3. Iemand die beroep instelt, moet in het beroepschrift de gronden van het beroep vermelden. [2] Dat houdt in: zeggen op welke specifieke punten hij of zij het niet eens is met het bestreden besluit. Als dat niet gebeurt, kan de rechtbank – na een herstelmogelijkheid – het beroep niet-ontvankelijk verklaren. [3]
Heeft eiseres de gronden tijdig vermeld?
4. Eiseres heeft geen beroepsgronden vermeld in het beroepschrift. De rechtbank heeft eiseres in haar aangetekende brief van 29 december 2023 (verzonden naar het adres [adres] , het adres waar eiseres volgens de Basisregistratie Personen staat ingeschreven) verzocht om binnen vier weken dit verzuim te herstellen. Blijkens informatie van PostNL is de aangetekende brief op 2 januari 2024 bezorgd. Eiseres heeft binnen de termijn van vier weken geen gronden ingediend. Eiseres heeft de beroepsgronden dus niet tijdig vermeld. Bovendien heeft verweerder bij brief van 9 februari 2024 het bestreden besluit van 17 augustus 2023 ingetrokken. Bij brief van 19 februari 2024 is eiseres verzocht om mee te delen of dit aanleiding is om het beroep te handhaven. Ook op deze brief heeft eiseres niet gereageerd.
Is het niet tijdig vermelden van de gronden verontschuldigbaar?
5. Eiseres heeft geen reden gegeven voor het verzuim. Er is dus geen verontschuldiging voor het verzuim gebleken.

Conclusie en gevolgen

6. Het beroep is niet-ontvankelijk. Dat betekent dat de rechtbank het beroep niet inhoudelijk beoordeelt. Voor een proceskostenvergoeding bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J. Holleman, rechter, in aanwezigheid van mr. H.S. van Wessel, griffier.
De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 29 oktober 2025.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.

Voetnoten

1.Voorheen de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid.
2.Dit staat in artikel 6:5, eerste lid, aanhef en onder d, van de Awb.
3.Dit staat in artikel 6:6 van Pro de Awb.