ECLI:NL:RBDHA:2025:20240
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Verzoek voorlopige voorziening niet-ontvankelijk wegens ontbreken connexiteit
Verzoekster heeft een voorlopige voorziening gevraagd tegen een besluit van 17 augustus 2023, parallel aan een beroep dat zij bij de rechtbank had ingesteld. De voorzieningenrechter beoordeelt dit verzoek zonder partijen te horen, conform artikel 8:83 lid 3 Awb Pro.
De rechter constateert dat op 29 oktober 2025 reeds uitspraak is gedaan in het hoofdberoep. Hierdoor ontbreekt de vereiste connexiteit tussen het verzoek om voorlopige voorziening en het lopende beroep, zoals voorgeschreven in artikel 8:81 Awb Pro.
Daarom wordt het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk verklaard. Er wordt geen proceskostenveroordeling uitgesproken. De uitspraak is gedaan door rechter J. Holleman en griffier H.S. van Wessel op 3 november 2025. Tegen deze uitspraak is geen verzet of hoger beroep mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van connexiteit.