ECLI:NL:RBDHA:2025:20202
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen niet-ontvankelijkheid opvolgende asielaanvraag wegens lastminute indiening
Verzoeker diende op 19 september 2025 een opvolgende asielaanvraag in, kort na een ongegrond verklaard hoger beroep tegen een eerdere afwijzing. De minister verklaarde deze aanvraag niet-ontvankelijk en wees het bezwaar tegen het eerdere uitzettingsbesluit af. Verzoeker vroeg om een voorlopige voorziening om uitzetting te voorkomen, stellende dat zijn uitzetting het recht op een effectief rechtsmiddel en zijn privéleven zou schenden.
De voorzieningenrechter oordeelde dat er weliswaar sprake was van spoedeisend belang vanwege een geplande uitzetting, maar dat het beroep van verzoeker geen redelijke kans van slagen had. De aanvraag werd gezien als een lastminute poging om uitzetting te vertragen, zonder nieuwe feiten of omstandigheden. Ook het medische dossier en de relatie met zijn dochter boden geen aanleiding tot anders.
De rechter benadrukte dat verzoeker werd bijgestaan door een gemachtigde en dat zijn psychische gesteldheid geen belemmering vormde voor effectieve rechtsgang. De voorzieningenrechter concludeerde dat het beroep geen redelijke kans van slagen had en wees het verzoek om voorlopige voorziening af, zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen het niet-ontvankelijk verklaren van de opvolgende asielaanvraag wordt afgewezen.