ECLI:NL:RBDHA:2025:2016
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- H. Hanssen - Telman
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening in asielzaak Dublin-overdracht
Verzoeker, een Algerijnse asielzoeker, had een verblijfsvergunning asiel aangevraagd, maar de minister nam de aanvraag niet in behandeling omdat Spanje verantwoordelijk werd geacht volgens de Dublin-verordening. De minister verlengde vervolgens de overdrachtstermijn.
Verzoeker stelde beroep in tegen het besluit en vroeg om een voorlopige voorziening. Tijdens de zitting op 7 februari 2025 verscheen verzoeker niet, de minister werd vertegenwoordigd.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond maar handhaafde de rechtsgevolgen van het bestreden besluit, waardoor de voorlopige voorziening niet nodig was en werd afgewezen. De minister werd veroordeeld tot betaling van de proceskosten van € 907,- aan de rechtsbijstandverlener van verzoeker.
De uitspraak is definitief en er is geen hoger beroep mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening is afgewezen en de minister is veroordeeld tot betaling van proceskosten van € 907,-.