ECLI:NL:RBDHA:2025:2016

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
14 februari 2025
Publicatiedatum
14 februari 2025
Zaaknummer
NL24.51573
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
  • H. Hanssen - Telman
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing voorlopige voorziening in asielzaak Dublin-overdracht

Verzoeker, een Algerijnse asielzoeker, had een verblijfsvergunning asiel aangevraagd, maar de minister nam de aanvraag niet in behandeling omdat Spanje verantwoordelijk werd geacht volgens de Dublin-verordening. De minister verlengde vervolgens de overdrachtstermijn.

Verzoeker stelde beroep in tegen het besluit en vroeg om een voorlopige voorziening. Tijdens de zitting op 7 februari 2025 verscheen verzoeker niet, de minister werd vertegenwoordigd.

De rechtbank verklaarde het beroep gegrond maar handhaafde de rechtsgevolgen van het bestreden besluit, waardoor de voorlopige voorziening niet nodig was en werd afgewezen. De minister werd veroordeeld tot betaling van de proceskosten van € 907,- aan de rechtsbijstandverlener van verzoeker.

De uitspraak is definitief en er is geen hoger beroep mogelijk.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening is afgewezen en de minister is veroordeeld tot betaling van proceskosten van € 907,-.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: NL24.51573

uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[naam], verzoeker,

geboren op [geboortedatum],
van Algerijnse nationaliteit,
V-nummer: [V-nummer],
(gemachtigde: mr. H.T. Gerbrandy),
en

de Minister van Asiel en Migratie, de minister,

(gemachtigde: K.J. Diender).

Inleiding

1. Bij besluit van 23 december 2024 (het bestreden besluit) heeft de minister de aanvraag van verzoeker tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen op de grond dat Spanje verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan. Op 24 december 2024 heeft de minister een besluit genomen om de overdrachtstermijn te verlengen.
1.2.
Verzoeker heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Hij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
1.3.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek, tezamen met het connexe beroep (NL24.51572) en het beroep tegen de verlenging van de overdrachtstermijn (NL24.52185), op 7 februari 2025 op zitting behandeld. Verzoeker en zijn gemachtigde zijn, met bericht van verhindering, niet verschenen. De minister heeft zich laten vertegenwoordigen door haar gemachtigde.

Beoordeling door de rechtbank

2. Bij uitspraak van vandaag heeft de rechtbank het connexe beroep in de bodemzaak met zaaknummer NL24.51572 gegrond verklaard, maar de rechtsgevolgen van het bestreden besluit in stand gelaten. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.
3. Gelet op de uitkomst van de bodemzaak veroordeelt de voorzieningenrechter de minister wel in de door verzoeker gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de voorzieningenrechter op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 907,- (1 punt voor het indienen van het verzoekschrift met een waarde per punt van € 907,- en een wegingsfactor 1). Omdat aan verzoeker een toevoeging is verleend, moet de minister de proceskostenvergoeding betalen aan de rechtsbijstandverlener.

Beslissing

De voorzieningenrechter:
- wijst het verzoek om voorlopige voorziening af;
- veroordeelt de minister in de proceskosten van verzoeker tot een bedrag van € 907,00.
Deze uitspraak is gedaan door mr. H. Hanssen - Telman, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. H.A. van der Wal, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.