Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2025:20042

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
23 oktober 2025
Publicatiedatum
31 oktober 2025
Zaaknummer
C/09/693232 / FA RK 25-7870
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:7 Wvggz
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing voortzetting crisismaatregel wegens vertrouwen in vrijwillige behandeling

De rechtbank Den Haag behandelde op 23 oktober 2025 het verzoek van de officier van justitie tot voortzetting van een crisismaatregel op grond van artikel 7:7 Wvggz Pro ten aanzien van betrokkene, geboren in 2007. Betrokkene verblijft momenteel in een zorginstelling en werd bijgestaan door haar advocaat. De psychiater gaf aan dat betrokkene bereid is vrijwillig in de instelling te verblijven en dat er vertrouwen is in voortzetting van de behandeling binnen een vrijwillig kader.

De rechtbank stelde vast dat er sprake was van een onmiddellijk dreigend ernstig nadeel door een posttraumatische stressstoornis, maar dat de crisissituatie inmiddels zodanig is verbeterd dat voortzetting van de crisismaatregel niet noodzakelijk is. Betrokkene vertoonde geen verzet tegen de zorg en er zijn afspraken gemaakt over geleidelijk verlof.

Op grond hiervan concludeerde de rechtbank dat niet is voldaan aan de criteria voor voortzetting van de crisismaatregel en wees het verzoek af. Tegen deze beschikking staat cassatie open.

Uitkomst: Het verzoek tot voortzetting van de crisismaatregel wordt afgewezen vanwege voldoende vertrouwen in vrijwillige behandeling.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Team Jeugd- en Zorgrecht
Zaak-/rekestnr.: C/09/693232 / FA RK 25-7870
Datum beschikking: 23 oktober 2025

Afwijzing machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel

Beschikkingnaar aanleiding van het op 20 oktober 2025 door de officier van justitie ingediende verzoek tot voortzetting van een crisismaatregel, als bedoeld in artikel 7:7 van Pro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz), ten aanzien van:

[betrokkene] ,

hierna te noemen: betrokkene,
geboren op [geboortedatum] 2007 te [geboorteplaats] , [geboorteland] ,
wonende te [woonplaats] ,
thans verblijvende in de accommodatie [zorginstantie] te [plaats] ,
advocaat: mr. K. Moene te Den Haag.

Procesverloop

Bij verzoekschrift heeft de officier van justitie verzocht om voortzetting van de op 18 oktober 2025 genomen crisismaatregel.
Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:
  • een afschrift van de beschikking van de burgemeester van de [gemeente] tot het nemen van de crisismaatregel;
  • een op 18 oktober 2025 ondertekende medische verklaring van [naam 1] , psychiater, die betrokkene heeft onderzocht maar niet bij de behandeling betrokken was;
- een afschrift van de politiemutaties;
- een brief van de officier van justitie van 20 oktober 2025, waaruit blijkt dat betrokkene geen justitiële documentatie heeft.
De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 23 oktober 2025. Daarbij zijn de volgende personen gehoord:
- betrokkene, bijgestaan door haar advocaat;
- de psychiater, mevrouw [naam 2] .
Omdat door de officier van justitie een nadere toelichting op of motivering van het verzoek niet nodig werd geacht en het de rechtbank ter zitting is gebleken dat diens aanwezigheid ook niet noodzakelijk was om tot een inhoudelijke beslissing te kunnen komen, is de officier van justitie niet gehoord.

Standpunten ter zitting

Door en namens betrokkene is ter zitting naar voren gebracht dat het met betrokkene iets beter gaat. Zij ziet een verschil in het toestandsbeeld met het afgelopen weekend. Betrokkene heeft momenteel niet de neiging om zichzelf iets aan te doen. Betrokkene wil graag afspraken maken met haar behandelaren en staat open voor een vrijwillige behandeling.
De advocaat bepleit afwijzing van het verzoek op grond van de mogelijkheid tot een vrijwillig kader.
De psychiater heeft ter zitting aangegeven dat betrokkene bereid is om vrijwillig in de instelling te verblijven. Gelet op de behandelrelatie en het toestandsbeeld heeft dit de voorkeur. Er zal in het weekend geoefend worden met verlof. Betrokkene zal dan voor een aantal uren terugkeren naar het COA en bij haar moeder zijn, om vervolgens weer te verblijven op de afdeling. Er zal gekeken worden hoe dit verloopt en in hoeverre het verlof kan worden uitgebouwd. Er is bij de psychiater vertrouwen de behandeling voort te zetten in een vrijwillig kader en dit vertrouwen willen de behandelaren betrokkene ook geven.

Beoordeling

Uit de overgelegde stukken en het behandelde ter zitting is gebleken dat er ten aanzien van betrokkene sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel, gelegen in:
- levensgevaar;
- ernstig lichamelijk letsel.
Vermoed wordt dat dit nadeel wordt veroorzaakt door gedrag dat voortvloeit uit een psychische stoornis, te weten een post traumatische stressstoornis. De crisissituatie is zo ernstig dat de procedure voor een zorgmachtiging niet kan worden afgewacht.
Uit wat ter zitting naar voren is gekomen is gebleken dat een voortzetting van de crisismaatregel niet noodzakelijk is. Immers, uit de verklaring van de psychiater volgt dat er nu geen sprake is van verzet tegen de gegeven zorg. De rechtbank stelt gelet hierop vast dat voldoende is gebleken dat op dit moment geen sprake is van enig verzet bij betrokkene, zodat de zorg in het vrijwillige kader kan worden gegeven.
Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat niet is voldaan aan de criteria voor een voortzetting van de crisismaatregel. Het verzoek wordt daarom afgewezen.

Beslissing

De rechtbank:
wijst het verzoek af.
Deze beschikking is gegeven door mr. M.L. Sandberg-Crommelin, rechter, bijgestaan door E.J. Balk als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 23 oktober 2025.
De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 30 oktober 2025.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.