ECLI:NL:RBDHA:2025:20037

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
22 oktober 2025
Publicatiedatum
31 oktober 2025
Zaaknummer
NL25.12865
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:81 AwbArt. 8:83 Awb
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzoek voorlopige voorziening niet-ontvankelijk wegens ontbreken connexiteit bij bezwaar en beroep

Verzoeker heeft bezwaar gemaakt tegen een besluit van de minister van Asiel en Migratie van 18 februari 2025 en vervolgens een verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening ingediend. Nadat de minister het bezwaar op 8 juli 2025 ongegrond verklaarde, 'klapte' het verzoek om een voorlopige voorziening om naar een verzoek in de beroepsfase.

Verzoeker heeft echter geen beroep ingesteld tegen het bezwaarbesluit, waardoor niet is voldaan aan het connexiteitsvereiste zoals bedoeld in artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. Hierdoor is het verzoek om voorlopige voorziening kennelijk niet-ontvankelijk en wordt het niet inhoudelijk behandeld.

De voorzieningenrechter heeft partijen niet uitgenodigd voor een zitting omdat de niet-ontvankelijkheid evident was. Er is geen aanleiding voor een proceskostenvergoeding. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van het connexiteitsvereiste.

Uitspraak

uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL25.12865
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[verzoeker] , verzoeker V-nummer: [V-nummer] ,

(gemachtigde: mr. B. Aydin), en
de minister van Asiel en Migratie, de minister.

Procesverloop

De minister heeft op 18 februari 2025 een besluit genomen. Tegen dat besluit heeft verzoeker bezwaar aangetekend. Hangende de behandeling van dat bezwaar heeft verzoeker een verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening ingediend. Bij besluit van 8 juli 2025 heeft de minister het bezwaar van verzoeker ongegrond verklaard. Dat maakt dat het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening hangende het bezwaar “omklapt” naar een verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening in de beroepsfase.
Verzoeker heeft evenwel geen beroep ingesteld tegen het besluit van 8 juli 2025.

Overwegingen

1. De voorzieningenrechter nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is. Het verzoek om een voorlopige voorziening is namelijk kennelijk niet- ontvankelijk, waardoor de voorzieningenrechter de zaak niet inhoudelijk kan behandelen. Hieronder legt de rechtbank dat verder uit.
2. Vanwege het feit dat verzoeker geen beroep heeft ingesteld tegen het besluit van 8 juli 2025, is niet voldaan aan het connexiteitsvereiste, als bedoeld in artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Het verzoek is daarmee kennelijk niet-ontvankelijk (artikel 8:83 van Pro de Awb). Dat betekent dat het verzoek niet inhoudelijk wordt behandeld. Voor een proceskostenvergoeding bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter verklaart het verzoek om een voorlopige voorziening niet- ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R.J.A. Schaaf, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. D.A.M. Delger, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
22 oktober 2025

Documentcode: [Documentcode]

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.