ECLI:NL:RBDHA:2025:20037
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Verzoek voorlopige voorziening niet-ontvankelijk wegens ontbreken connexiteit bij bezwaar en beroep
Verzoeker heeft bezwaar gemaakt tegen een besluit van de minister van Asiel en Migratie van 18 februari 2025 en vervolgens een verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening ingediend. Nadat de minister het bezwaar op 8 juli 2025 ongegrond verklaarde, 'klapte' het verzoek om een voorlopige voorziening om naar een verzoek in de beroepsfase.
Verzoeker heeft echter geen beroep ingesteld tegen het bezwaarbesluit, waardoor niet is voldaan aan het connexiteitsvereiste zoals bedoeld in artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. Hierdoor is het verzoek om voorlopige voorziening kennelijk niet-ontvankelijk en wordt het niet inhoudelijk behandeld.
De voorzieningenrechter heeft partijen niet uitgenodigd voor een zitting omdat de niet-ontvankelijkheid evident was. Er is geen aanleiding voor een proceskostenvergoeding. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van het connexiteitsvereiste.