ECLI:NL:RBDHA:2025:19914

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
27 oktober 2025
Publicatiedatum
30 oktober 2025
Zaaknummer
NL25.33013
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:75 AwbArt. 8:75a AwbBesluit proceskosten bestuursrecht
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Proceskostenveroordeling wegens niet tijdige beslissing minister Asiel en Migratie

Verzoeker heeft op 19 juli 2025 beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen van de minister van Asiel en Migratie op zijn aanvraag. Op 22 september 2025 heeft de minister alsnog een beslissing genomen, waarna verzoeker het beroep heeft ingetrokken en proceskostenvergoeding heeft gevraagd.

De minister heeft niet gereageerd op het verzoek om proceskostenvergoeding, waaruit de rechtbank afleidt dat de minister geen bezwaar heeft tegen vergoeding. De rechtbank wijst het verzoek toe en legt de minister een proceskostenveroordeling op van €453,50.

De vergoeding is gebaseerd op het Besluit proceskosten bestuursrecht, waarbij een wegingsfactor van 0,5 wordt toegepast omdat alleen de overschrijding van de beslistermijn aan de orde was. Er zijn geen overige kosten toegekend. De uitspraak is gedaan zonder zitting en in het openbaar bekendgemaakt op 27 oktober 2025.

Uitkomst: De minister van Asiel en Migratie wordt veroordeeld tot betaling van €453,50 aan proceskosten wegens niet tijdige beslissing.

Uitspraak

uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL25.33013
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[verzoeker] , verzoeker V-nummer: [V-nummer] ,

(gemachtigde: mr. M. Grigorjan), en
de minister van Asiel en Migratie, de minister.

Procesverloop

Deze uitspraak gaat over het verzoek van verzoeker om vergoeding van zijn proceskosten. De minister heeft niet gereageerd op dit verzoek.

Overwegingen

1. De rechtbank vindt het in deze zaak niet nodig om partijen uit te nodigen voor een zitting.1 Hieronder legt de rechtbank dat verder uit.
2. De rechtbank kan een partij de proceskosten van de tegenpartij laten betalen (artikel 8:75 en Pro 8:75a van de Awb en het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb)).
3. Verzoeker heeft op 19 juli 2025 beroep ingesteld, omdat de minister niet tijdig heeft beslist op zijn aanvraag. Op 22 september 2025 heeft de minister alsnog een beslissing genomen op de aanvraag. Verzoeker heeft daarna het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit ingetrokken en daarbij de rechtbank verzocht om de minister te veroordelen in de proceskosten.
4. De minister heeft niet gereageerd op het verzoek van verzoeker. De rechtbank leidt hier uit af dat de minister er geen bezwaar tegen heeft om de proceskosten van verzoeker te vergoeden.
5. Omdat de minister pas nadat verzoeker in beroep is gegaan een beslissing heeft genomen, krijgt verzoeker een vergoeding voor de proceskosten die hij heeft gemaakt. De minister moet dit betalen. Volgens het Bpb is dit een vast bedrag, omdat verzoeker een
1. Artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
professionele (juridische) hulpverlener heeft ingeschakeld om voor hem een beroepschrift in te dienen. Omdat de zaak alleen gaat over de vraag of de beslistermijn is overschreden, wordt een lager bedrag toegekend (wegingsfactor 0,5). Verder zijn er geen kosten gemaakt die vergoed kunnen worden. Toegekend wordt € 453,50 (1 punt voor het indienen van het beroepschrift, met een waarde per punt van € 907,- en een wegingsfactor 0,5).

Beslissing

De rechtbank veroordeelt de minister in de proceskosten van verzoeker tot een bedrag van
€ 453,50
Deze uitspraak is gedaan door mr. A. Skerka, rechter, in aanwezigheid van mr. D.A.M. Delger, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
27 oktober 2025

Documentcode: [Documentcode]

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.